Columns, toespraken & ingezonden stukken

Wie ben ik? Over identiteit en zo…

Wie ben ik? Het is wellicht de meest wezenlijke vraag die we ons stellen. Onze identiteit is belangrijk: zo zien wij ons en zo zien anderen ons. Traditioneel is Nederland het land waar je een meervoudige identiteit kon hebben. Je was Nederlander én Limburger én vrouw én Maastrichtenaar én groenteboer én kraker én Europeaan én liberaal. Evenzeer was je Sabaan én katholiek én man én visser én Antilliaan én socialist én Nederlander. Al die kleine identiteitjes maakten je tot wie je bent: een uniek individu, ingebed in een aantal grotere gehelen.

Als Nederland al iets was, dan was het een land van minderheden. Vanaf de Tachtigjarige Oorlog, via de Republiek der Verenigde Nederlanden en de Gouden Eeuw naar de verzuiling en de huidige multiculturele samenleving.

Er lijkt echter iets veranderd. Het voelt soms of er nu nog maar twee identiteiten zijn: wij en zij; goed of fout. Toen Koningin Máxima wees op de traditionele meervoudige Nederlandse identiteit met de zinsnede ‘de Nederlander bestaat niet’, werd zij niet alleen geprezen voor haar scherpe analyse van de Nederlandse traditie, maar kreeg zij ook felle kritiek.

Voor mij is Stacey Mac Donald een Curaçaose én een Antilliaanse (= komend van de eilanden in het Caribisch gebied die we geografisch Antillen noemen en waarvan er meer dan zes zijn) én is ze Nederlandse én academica etc. Oja, dat was ik bijna vergeten: én ze is een prima briefschrijfster!

Het is op zijn minst opmerkelijk dat sommige deel-identiteiten (laat ik ze zo maar noemen) op positieve momenten worden benadrukt en andere op negatieve. Nu maar hopen dat het tot de media doordringt dat woorden belangrijk zijn en dat ze juist daarom best zorgvuldig(er) moeten worden gekozen.

De gelegenheids-Nederlander

Stacey Mac Donald

De Nederlandse media hebben er een handje van om te pas en te onpas de termen “Nederlander”, “Antilliaan” of “Curaçaoënaar” te gebruiken. Afgelopen week is hier nog een debat over geweest in de Volkskrant. Het is opvallend dat er bij negatieve gebeurtenissen veelal wordt geschreven over de “Curaçaoënaar” die verliest, de “Antilliaan” of nog leuker, de “allochtoon” die een misdaad pleegt. Maar wanneer deze “allochtonen” iets positiefs doen, zijn ze een opeens Nederlander? De term “gelegenheids-Nederlander” wordt hiervoor gebruikt en dit de levert nodige frustraties op.

Op zaterdag 12 juli 2014 vierde Curaçao feest. Een historisch moment voor het Caribische eiland: één van ons won de Wimbledon dubbelfinale. Op mijn Facebook en Instagram tijdlijn barste het los. “Curaçaoan Jean-Julien Rojer wins Wimbledon doubles together with his Romanian partner Horia Tecau #‎proud #‎Caribbean.” – Curaçaose Jean-Julien Rojer wint Wimbledon dubbelfinale samen met zijn Romeinse partner Horia Tecau. Hashtag trots, hashtag, Caribbisch.

En nog een aantal die het historische moment benadrukken: “And we have a Wimbledon champ. Historic moment for Curaçao. Masha masha Pabien!!! Korsou pabien!” – En wij hebben een Wimbledon Kampioen. Historisch moment voor Curaçao. Van harte gefeliciteerd!!! Curaçao gefeliciteerd!. “Absolutely amazing! Congrats to JJ Rojer and Tecau! Pabien Korsou! Historical win at Wimbeldon from a boy from our tiny island nation of Curaçao…” – Helemaal geweldig! Felicitaties aan JJ Rojer en Tecau! Gefeliciteerd Curaçao! Historische overwinning op Wimbledon van een jongen uit onze kleine eiland natie van Curaçao…!

Dat wij trots zijn is duidelijk.

Niet lang daarna verscheen het heugelijke nieuws in de Nederlandse media: “Nederlandse dubbelspecialist Rojer wint Wimbledon”.-  NRC en “Nederlandse tennisser voor het eerst in finale Primeur voor Rojer op Wimbledon” – Telegraaf.  Een Nederlander dus.

In de rest van de artikelen in de Nederlandse pers over Jean-Julien Rojer staat overigens wel geschreven dat hij van Curaçaose afkomst is. Maar het gaat om de titel, die het meeste publiek bereikt. De Curaçaoënaar die opeens een Nederlander is. In hetzelfde weekend verloor de bekende sprinter Churandy Martina de 100 meter sprint in Madrid. In deze artikelen werd niet één keer genoemd dat Churandy Nederlander is, terwijl ook hij Nederland vertegenwoordigt. Afgelopen weekend was Martina de sprinter van Curaçao die een ‘teleurstellende’ finale heeft gelopen en op ‘ruime afstand’ verloor. Een week geleden toen Churandy kwalificeerde voor het WK, was hij nog wel een Nederlander. En vorig jaar toen hij door was naar de finale in Moskou  ook. Toen Martina de volgende dag alsnog verloor was hij weer, je raadt het, de atleet van Curaçao.

Het ligt overigens niet alleen aan de media in Nederland. Ook de media op Curaçao hebben hier moeite mee. Zo schreef de Amigoe over “de Nederlander geboren op Curaçao”. Het Antilliaans Dagblad deed het daarentegen wel “goed” en preek met de titel “Curaçaoënaar wint Wimbledon”.

Dat de sporters ‘Nederlanders’ worden genoemd is niet onjuist. Zij hebben immers de Nederlandse nationaliteit en vertegenwoordigen Nederland. Het vertegenwoordigen van Nederland heeft verschillende redenen. Kleine eilanden hebben minder kans om te kwalificeren bij de grote competities of worden helemaal niet erkend door de organisaties. Zo heeft de internationale atletiekfederatie IAAF na 10 oktober 2010 besloten dat Antilliaanse atleten voortaan moeten uitkomen voor Nederland, omdat de Nederlandse Antillen niet meer bestaan.

Sinds 10-10-10 willen wij geen “Antilliaan” meer genoemd worden, omdat de Nederlandse Antillen niet meer bestaan. De voormalige Nederlandse Antillen gaan momenteel door een nieuw proces heen, de eilanden zijn op zoek naar hun eigen identiteit. Men noemt zichzelf Curaçaoënaar, Arubaan, Bonairiaan, Sint Maartenaar, Sabaan of Statiaan. Maar ‘Antillianen’ noemen zichzelf ook Nederlander, ze hebben immers de Nederlandse nationaliteit. Met de nauwere integratie van Saba, Sint Eustatius en Bonaire binnen de Nederlandse gemeenschap hebben niet alleen de eilandbewoners, maar alle Nederlanders te maken met een identiteitsverschuiving. De constitutionele veranderingen hebben de identiteit van alle Nederlanders aangetast. Wie is nou eigenlijk een Nederlander, en wie misschien niet? Het lijkt er op dat het er vooral om draait wanneer, onder welke omstandigheden iemand wel of geen Nederlander is. Bij succes wel, bij problemen niet? Complex is het zeker, en de media illustreren dit.

En hoe ziet de gemiddelde “Europese” Nederlander dit? Dat de zes eilanden deel uitmaken van het Koninkrijk zou inmiddels wel bekend moeten zijn. Ook “de Nederlander” mag dus best trots zijn op een Curaçaose overwinning, net zoals de Curaçaoënaar het Nederlandse voetbalelftal tijdens het WK aanmoedigt. Dat is allemaal prima.

Maar het gaat erom dat de media eerlijk en consistent moeten zijn. De wijze waarop nu zo gemakkelijk positief naar de “Nederlander” en negatief  naar de “Curaçaoënaar” wordt verwezen moet veranderen. Als het nodig is om te benoemen dat de Curaçaoënaar een misdaad pleegt, laat dan de talentvolle, succesvolle Curaçaoënaar ook als Curaçaoënaar onder de aandacht komen. En dan niet in de tekst van het bericht dat slechts een klein deel van de Nederlandse bevolking leest, maar juist in de kop van het nieuwsbericht: Curaçaose dubbelspecialist Rojer wint Wimbledon”. 

Gefeliciteerd Jean-Julien Rojer! Ook deze Curaçaoënaar in Nederland  is erg trots op je. Masha pabien!

Stacey Mac Donald

Promovendus KITLV, Leiden

Previous post

Ziet er niet uit en stinkt: Sargassum wier

Next post

Statia: zonnig en groen

Comité Koninkrijksrelaties

Comité Koninkrijksrelaties

No Comment

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

1 × twee =

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.