Columns, toespraken & ingezonden stukken

Wat we vaak vergeten: ‘the elephant in the room’ – drs. Ron van der Veer

Voor de bijzonder fraaie publicatie ‘Koninkrijk op eieren’ van prof. dr. Joop van den Berg en René Zwart (zie elders op deze site bij ‘speciale gebeurtenissen) schreef de secretaris van het Comité, drs. Ron van der Veer (op persoonlijke titel) onderstaande bijdrage.

Het is opmerkelijk hoeveel er (met name door de politiek-bestuurlijke elites) wordt gesproken over de staatkundige structuur van het Koninkrijk. Sinds het uittreden van Suriname in 1975 staat het thema in het middelpunt van de belangstelling. Aruba ijverde onder leiding van Betico Croes jarenlang voor afscheiding van Curaçao, hetgeen in 1986 leidde tot de felbegeerde ‘status aparte’.

En Curaçao en Sint Maarten wilden vanaf de jaren tachtig af van elkaar en van ‘de kleine eilanden’ Bonaire, Saba en Sint Eustatius. Dat proces verliep grillig (denk aan de serieuze poging van Miguel Pourier om de Antillen van Vijf bijeen te houden), maar leverde uiteindelijk op 10-10-2010 het huidige Koninkrijk op: vier autonome landen en drie Caribische eilanden die elk als bijzonder openbaar lichaam staatkundig deel uitmaken van het land Nederland.

Blije onderhandelaars in het ‘Spaansche Hof’ te Den Haag, november 2006. Vlnr: Emily de Jongh-Elhage, Atzo Nicolai, Sarah Wescot-Williams en Zita Jesus-Leito

We zijn nu tien jaar verder. Staan de handboeken staatsrecht sindsdien weer in de kast? Nee, helaas niet. Ze worden nog dagelijks doorgebladerd. De structuur-fetisjisten blijven onafgebroken filosoferen over zaken als het teveel aan autonomie of juist het gebrek daaraan; over de noodzaak van meer toezichtsinstrumenten of juist het koloniale karakter daarvan; over het democratisch deficit in het parlement of juist over wat een onzin dat vermeende deficit toch eigenlijk is…

Met dat staatkundige pingpongspel kunnen we nog makkelijk 65 jaar doorgaan, maar komen we op die manier veel verder? Was of is de staatkundige structuur eigenlijk wel het (grootste) probleem in het Koninkrijk? Ik meen van niet.

In geen van de vele gesprekken die ik de afgelopen jaren met ‘gewone’ Caribische medeburgers heb gehad, ging het over die structuur. In het Statuut kun je immers niet wonen, bij de huisarts heb je er niets aan, je kinderen halen er geen diploma mee en je kunt er evenmin ’s nachts veilig mee over straat.

Waarom dan toch steeds weer die structuur? Sinds enkele jaren bekruipt me het gevoel dat de discussies daarover bewust afleiden van de zaken die er echt toe doen; bewust afleiden van de grote en schrijnende maatschappelijke vraagstukken die we aan beide zijden van de oceaan angstvallig uit de weg gaan: ‘the elephant in the room’!

Voor het duurzame succes van ons Koninkrijk is slechts het antwoord op één vraag van belang: wat betekent dat Koninkrijk voor de mensen die er wonen? Wat levert het hen concreet op als het gaat om huisvesting, onderwijs, rechtszekerheid, zorg, veiligheid, milieu, werkgelegenheid, cultuur etc.

We kennen allemaal de sprekende voorbeelden van een Koninkrijk in actie, zoals onlangs nog in 2017 toen de orkaan Irma over Sint Maarten trok. Het Ministerie van Defensie trok alles uit de kast wat aan noodhulp nodig was, burgers in Nederland haalden met een nationale inzamelingsactie in één avond € 20 mln op voor het Rode Kruis, vrijwilligers van de ABC-eilanden gingen op Sint Maarten aan de slag en tot slot zijn door de rijksministerraad enkele honderden miljoenen gereserveerd voor de wederopbouw van het eiland. Een Koninkrijk om trots op te zijn.

Sint-Maarten, 17 september 2017. Steunverlening na orkaan Irma. Foto: Defensie.

Maar we kennen in de praktijk toch vooral een ongemakkelijk en afwezig Koninkrijk, het Koninkrijk van de status quo. Men kakelt, maar legt geen eieren.

Hoeveel jaren al moeten we constateren dat op veel eilanden het onderwijs fors onder de maat is, dat de zorg grote problemen kent, dat de rechtshandhaving veel beter moet, dat de kinderbescherming niet functioneert, dat natuur en milieu ernstig worden aangetast, dat de gevangenis een schande is, dat de armoede her en der schrijnend is, dat de sterkste schouders allerminst de zwaarste lasten dragen en – niet in de laatste plaats – dat de overheid onderdeel is van het probleem en niet van de oplossing.

Elke relatie heeft allereerst een liefdevolle helpende hand nodig: de wil elkander bij te staan. Maar er moet over en weer ook een kritische blik zijn, toezicht en controle. Heel eenvoudig net als in een familie: de durf elkaar erop aan te spreken als maandelijks het huishoudgeld opgaat aan taart en champagne, terwijl de kinderen nieuwe schoenen nodig hebben.

Aanspreken gebeurt af en toe; soms diplomatiek en soms op (te) luide toon. Maar dat getoeter (vaak slechts bedoeld voor eigen achterban en bühne) leidt zelden tot iets. Want na dat aanspreken zien we steeds dezelfde reflexen. Ik noem er twee.

Bij kritiek van buiten op één der eilanden (van de Tweede Kamer, maar ook van Amnesty, Unicef of Rode Kruis) verschijnt bij de eilandelijke politieke elite al snel de autonomie-kaart:

Aanhoudende misstanden in het onderwijs? Kan wel zijn, maar u gaat er niet over: autonomie!
Rommeltje in de gezondheidszorg? Heel goed mogelijk, maar u gaat er niet over: autonomie!
Puinzooi met het milieu? Geen idee, maar u gaat er niet over: autonomie…
Problemen met de integriteit? Het gerucht gaat, maar bemoeit u zich er maar niet mee: autonomie, u weet wel…’

Deze ongemakkelijke manier van met elkaar omgaan wordt versterkt door een in politiek Den Haag voorkomende andere reflex: de zelfredzaamheid-troef. Bij elke (vermeende) misstand in Aruba, Curaçao en Sint Maarten is de meest voorkomende reactie in ‘Den Haag’ dat het best wel heel en heel erg is, maar dat ‘we er – helaas helaas – niet over gaan’ en dat de Caribische landen toch zo nodig zelfredzaam wilden zijn… Kortom: ze zoeken het maar uit.

Met bovenstaande autonomiekaarten en zelfredzaamheidtroeven kun je over en weer je politieke straatje handig schoonvegen. Dat dat jaar in jaar uit ten koste gaat van het welzijn van ongeveer 300.000 medeburgers (overigens allemaal Nederlander) is dan ‘jammer, maar helaas’.

Uiteindelijk blijft alles zoals het is. Velen hebben blijkbaar direct of indirect belang bij die status quo, vaak zelfs ook diegenen die hardop zeggen verandering te willen.

Het opmerkelijke is dat de huidige staatkundige structuur niet aan de aanpak van maatschappelijke vraagstukken in de weg staat, integendeel [1]. Binnen de kaders van het Statuut is heel veel mogelijk, mits de politieke wil bestaat zaken echt aan te pakken en serieus in oplossingen te investeren.

Als het Koninkrijk echt zou willen, dan zouden buitensporige topinkomens in de Caribische publieke sector al lang worden aangepakt. Hetzelfde geldt voor het gevangeniswezen op Aruba, Curaçao en Sint Maarten of voor bijvoorbeeld de te vaak falende onderwijsinspecties of voogdijraden aldaar. Ook geldt het voor de meer dan wankele inning van belastingen of voor de vele en ernstige integriteitsincidenten.

Aanpakken kan, omdat het allemaal voorbeelden zijn van langdurig en aanhoudend ondeugdelijk bestuur. Door daaraan echter decennialang niets te doen, wordt het koninkrijksbestuur zelf ondeugdelijk: dat Koninkrijk is immers volgens het vigerende Statuut al meer dan 65 jaar gehouden om de deugdelijkheid van het bestuur in de Caribische landen te waarborgen.

Eén voor allen, allen voor één?

De autonomie van de drie Caribische landen is bedoeld om bij te dragen aan welvaart en welzijn van de burgers van die landen en op die manier een instrument te zijn ten behoeve van hun identiteit en emancipatie. Die autonomie is niet bedoeld om wisselende politiek-bestuurlijke elites in staat te stellen er een aanhoudende puinzooi van te maken (of die puinzooi niet aan te pakken), waarbij toevalligerwijs alleen die elites zelf er op wonderlijke wijze steeds weer op vooruit gaan.

Hoe komen we tot de noodzakelijke verbeteringen? Zeker niet door weer decennia te gaan zitten knutselen aan een nieuwe staatkundige verhouding. Dat leidt alleen maar af van de aanpak van problemen waar velen nu mee worstelen. De aanpak daarvan is niet gebaat met de tijdrovende ontwikkeling van nieuwe instrumenten, maar veel meer met de politieke durf om alle bestaande middelen te gebruiken.

Zal dat vanzelf gaan? Nee. Echte veranderingen ontstaan alleen door druk van buitenaf. Gevestigde politici, bestuurders en ambtenaren zijn er veelal niet toe in staat; waarom zouden ze ook? Nodig is veel meer betrokkenheid van nieuwe generaties en van relatieve buitenstaanders: studenten, jongeren, journalisten, kunstenaars, schrijvers, ondernemers, universiteiten, activisten, Rode Kruis, onderzoekers, Amnesty International, natuur- en milieuorganisaties etc.

Zij dragen allemaal bij aan de ‘checks-and-balances’ in een democratische rechtsorde en daarom moeten we in hen investeren en ze actief uitnodigen om mee te doen. Dat schuurt soms, maar zonder actieve deelname vanuit de civil society en de private sector is elke verandering kansloos. Nieuwe stemmen zijn nodig en die hoeven niet allemaal hetzelfde liedje te zingen: zonder wrijving geen glans.

De huidige staatkundige structuur staat inmiddels tien jaar op papier. Het wordt tijd dat alle betrokkenen er nu serieus mee aan de slag gaan. Het Koninkrijk is immers vrijwillig, maar niet vrijblijvend.

Het zou bij wijze van eerste stap mooi zijn als we zouden erkennen dat niet op juridisch papier geconstrueerde landen, maar mensen van vlees en bloed autonoom zijn. En dat het de opdracht is aan alle overheidslagen om die autonomie van burgers daadwerkelijk mogelijk te helpen maken; in dienstbaarheid aan de samenleving. Kortom: het wordt tijd dat we de burgers als excellenties gaan behandelen en niet de bestuurders.

En als we dat niet doen? Even goede vrienden, maar laten we dan gewoon toegeven dat we willens en wetens de status quo omarmen en laten we dan vooral ophouden een structuur de schuld te geven van ons gezamenlijke politieke en bestuurlijke falen.

Ron van der Veer


[1] Kortheidshalve verwijs ik graag naar de adviezen, voorlichtingen en jaarverslagen van de Raad van State waarin met name dit punt al enkele decennia wordt gemaakt.

Previous post

Red de leerstoel Caribische literatuur!

Next post

President Centrale Bank kijkt terug en vooruit

Comité Koninkrijksrelaties

Comité Koninkrijksrelaties

No Comment

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

een + 14 =

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.