Speciale gebeurtenissen

‘Rotterdam zat tot over zijn oren in de slavernij’

In opdracht van de gemeente Rotterdam heeft het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) de afgelopen twee jaar onderzoek gedaan naar een beladen onderwerp: het koloniale en slavernijverleden van Rotterdam. Dat heeft drie boeken opgeleverd die op 31 oktober werden gepresenteerd en overhandigd aan burgemeester Ahmed Aboutaleb, wethouder Bert Wijbenga en oud-gemeenteraadslid Peggy Wijntuin.

Het onderzoek vloeit voort uit een motie die de gemeenteraad van Rotterdam op 14 november 2017 aannam. Initiatiefneemster was het toenmalig PvdA-raadslid Peggy Wijntuin. Een team van onderzoekers van het KITLV en andere, voornamelijk Rotterdamse onderzoekers zorgde vervolgens voor de uitvoering. De wetenschappelijke en maatschappelijke begeleiding van het onderzoek was in handen van een commissie onder voorzitterschap van burgemeester Ahmed Aboutaleb.

De drie boeken
De onderzoekers konden onder meer putten uit de vele bronnen die worden bewaard door het Stadsarchief Rotterdam. Deze zomer is het onderzoek afgerond. De resultaten zijn gepubliceerd in de vorm van 2 bundels en een monografie:

  • Het koloniale verleden van Rotterdam, onder redactie van Gert Oostindie
  • Rotterdam, een postkoloniale stad in beweging, onder redactie van Francio Guadeloupe, Paul van de Laar en Liane van der Linden.
  • Rotterdam in slavernij, Alex van Stipriaan.

Het koloniale verleden van Rotterdam
Een boek gewijd aan het koloniale en slavernijverleden van Rotterdam bestond nog niet. Dat wil niet zeggen dat historici het thema ‘Rotterdam en kolonialisme’ bewust hebben genegeerd; zij hebben het echter nooit centraal gesteld. Nu gebeurt dat wel, aangevuld met reflecties over de betekenis van dit verleden in het multiculturele Rotterdam van vandaag. Van economie en politiek tot architectuur en museale collecties, van een ‘ethische roeping’ en voor- en naoorlogse migratieverhalen tot hedendaagse debatten in de stad. Alles komt aan bod in dit boek over het koloniale verleden van Rotterdam.

Rotterdam, een postkoloniale stad in beweging
Rotterdam is een superdiverse stad. Hoe komt dat tot uiting in de hedendaagse stadscultuur en hoe wordt deze diversiteit beïnvloed door postkoloniale ervaringen? Een keur van Rotterdammers – onder wie een romanschrijver, een rapper, een stadsdichter, een straatkunstenaar, een (chef-)kok, een sociaal-cultureel werker en een fotograaf – geeft zijn of haar kijk op de tegenstellingen en uitdagingen in dit superdiverse Rotterdam.

Rotterdam in slavernij
Eén op de acht Rotterdammers heeft tot slaaf gemaakte Afrikaanse voorouders in de familie. Rotterdam in slavernij vertelt het verhaal van die voorouders, en laat zien wie in Rotterdam betrokken waren bij de slavernij. Dat blijken veel meer mensen geweest te zijn dan alleen de rijke kooplieden en regenten. En ook toen al was slavernij niet voor alle Rotterdammers iets vanzelfsprekends. Kritische stemmen hebben altijd geklonken, uit Rotterdam en uiteraard uit de kolonies, van bijna onzichtbaar (cultureel) verzet tot grootschalige vormen van opstand.

Alex van Stipriaan

Bij de presentatie sprak prof. Alex van Stipriaan, hoogleraar Caribische geschiedenis aan de Erasmus universiteit, navolgende mooie woorden over dit laatste boek:

Rotterdam is zo’n drie eeuwen deel geweest van het transatlantisch slavernijsysteem. Rotterdam deed dus in slavernij, zoals het ook in haring deed of in hout. Die drie eeuwen handel in- en dwangarbeid met specifieke mensen, namelijk Afrikanen, heeft ook hier het denken in superioriteit en inferioriteit in relatie tot zwarte mensen bepaald en, je zou kunnen zeggen, gevangen gehouden. Want na zoveel eeuwen schud je dat soort denken niet zo maar van je af. Dat mag blijken uit alle anti-zwart racísme acties van de afgelopen tijd.

Vandaar de titel van mijn boek ‘Rotterdam in slavernij’: slavernij als manier van geld verdienen én slavernij als vorm van zélf vastgeketend zitten in een bepaalde manier van denken.

Ik had dit boek ook nog een ondertitel mee kunnen geven, Rotterdam in Slavernij: De Namen.

Dit boek probeert namelijk de Rotterdamse slavernijgeschiedenis zo dichtbij mogelijk te brengen door te focussen op de mensen en plaatsen die deel waren aan die geschiedenis. Als u straks het register van dit boek openslaat dan komt u daarin de namen tegen van meer dan 1.250 mensen, tweederde wit, eenderde zwart. Verder de namen van ruim 130 slavenplantages, van Brazilië, via Suriname, Curaçao en Sint Eustatius tot Maryland en Virginia en bijna 200 plaatsnamen waarvan de helft in Nederland-en-de-rest-van Europa, en de andere helft in Afrika en de Amerika’s. Op zich een duidelijke aanwijzing hoe, mede door slavernij, de Rotterdamse haven-economie deel werd van de opkomende globalisering in die tijd.

Wat weet de lezer nu als hij dit boek uit heeft?

In de eerste plaats dat de slavernijgeschiedenis niet alleen iets was van Amsterdam en Middelburg, maar dat ook Rotterdam daarin een belangrijke rol heeft gespeeld. Het is na lezing bovendien niet meer mogelijk om te denken dat slavernij alleen iets was van de rijke elite, want iederéén was er bij betrokken, van pakhuissjouwer tot burgemeester en van admiraal tot kaasmaker en spijkerboer. Ook zal duidelijk zijn geworden dat deze geschiedenis in zijn geheel, inclusief wat er o.a. in Suriname en de Caribische eilanden gebeurde, behoort tot de geschiedenis van deze stad en dit hele land.

Daarnaast zal het zonneklaar zijn dat er altijd verzet is geweest tegen de slavernij, ook in Rotterdam zelf. En ten slotte zal het na lezing duidelijk zijn waarom deze geschiedenis vandaag de dag geen afgesloten hoofdstuk is, maar dat we middenin de erfenissen ervan zitten.

In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht kenden in de 17e en 18e eeuw veel Rotterdammers het slavernijsysteem heel goed, want vele duizenden zeelui, soldaten, ambtenaren, opzichters en ambachtslieden hebben de slavernij met eigen ogen gezien en kwamen met hun verhalen terug naar Rotterdam. Niet dat die verhalen altijd kritisch geweest zullen zijn, maar stilte en onbekendheid over dit onderwerp was er toen veel minder dan in de 20e en begin 21e eeuw.

En dat gold ook voor de stedelijke elite die zelf nooit een voet in de slavenkolonies zette, maar wel verdiende aan de slavernij zoals de heren en ook dames Van der Veken, Van Belle, Coopstad, Rochussen, Hudig, Hamilton, Meijners, Baelde, Hopppesteyn, Snellen, de Jonge, Viruly, Colin, Dent, Van de Berg, van Oordt en nog honderden anderen. Sommige van die namen kennen we nog, andere zijn verdwenen.

Ook zij wisten wat zich afspeelde in de slavernij, want het is door hun correspondenties en hun boekhoudingen dat de historicus van nu die geschiedenis kan reconstrueren, óók het leven van slaafgemaakten. Alles wat ík nu lees in de archieven en waarop dit boek is gebaseerd, hebben zij óók allemaal gezien. Het reilen en zeilen van de Rotterdamse familie de Mey, waaraan een hoofdstuk is gewijd, speelde zich behalve in Rotterdam ook af in Brazilië, Curaçao en Suriname en is hoofdzakelijk gebaseerd op bronnen die zij zelf ook kenden.

En hetzelfde geldt voor de reis van het slavenschip Willem en Carolina die het hele vierde hoofdstuk beslaat. In december 1753 vertrekt kapitein Leijndie Smit met dit schip uit Rotterdam met aan boord 36 man, veel textiel, wapens, buskruit en sterke drank als handelswaar, en anderhalf jaar later loopt de Willem en Carolina hier weer binnen met een lading ruwe suiker en koffie, die in Rotterdam verder worden bewerkt. In de tussentijd zijn 328 Afrikaanse mannen, vrouwen en kinderen ingekocht op de Congolese kust bij lokale handelaars die in dit boek eveneens bij name worden genoemd. De hemeltergende ellende die het voor hen is geweest aan boord op weg naar Suriname en Curaçao en vervolgens op de plantages, het staat allemaal in de correspondenties, de scheepsjournaals, de opdrachtbrieven, de handleidingen, de boekhoudingen en zelfs enkele ooggetuigenverslagen die toen zijn geschreven EN gelezen. Alleen de gevoelens en gedachten van alle betrokkenen moeten we er zelf bij bedenken.

Tegelijk zijn er in de wereld van diezelfde ondernemers ook altijd stemmen en signalen te horen geweest die zich verzetten tegen de zogenaamde normaliteit van slavernij. In de eerste plaats natuurlijk van de slaafgemaakten die zich op alle mogelijke manieren tegen het slavenjuk hebben verzet.

Ze komen uitgebreid aan bod in dit boek en ze tonen dat zij niet gelaten hun lot hebben ondergaan, maar altijd culturele, fysieke en mentale veerkracht hebben getoond, en voortdurend poogden het systeem te ondergraven of zelfs omver te werpen. Ook dat kun je vinden in de brieven en documenten die Rotterdamse slavernij-ondernemers en beleggers onder ogen kregen en die o.a. nog hier in het Stadsarchief liggen. Maar ook dichter bij huis waren er kritische geluiden te horen.

Dominees toonden zich in hun preken zowel voor- als tegenstanders van slavernij; het was dus een issue. Ook denkers, schrijvers en bestuurders spraken zich er soms op niet mis te verstane wijze over uit. Een eeuw voor de afschaffing, werden in Rotterdam toneelstukken en dichtwerken tegen de slavernij opgevoerd en voorgedragen. En uiteindelijk was er zelfs een echte afschaffingsbeweging, waarbij, ongekend voor die tijd, 128 Rotterdamse vrouwen uit vooraanstaande families, als eersten in Nederland een petitie aan de koning stuurden om de slavernij af te schaffen.

Door deze boeken kan niemand straks nog zeggen: goh, dat heb ik eigenlijk nooit geweten. En dát betekent dan weer dat er niet gauw meer een belangrijke Rotterdamse onderscheiding vernoemd zal worden naar een man die hier het voortouw nam in de mensenhandel en verdiende aan slavenarbeid. Maar  anderzijds kan er nu bijvoorbeeld wél bij het standbeeld van Van Hogendorp bij de Beurs worden verteld dat deze beroemde politicus al eind achttiende eeuw een verklaard tegenstander was van de slavernij. En wíe wéét komt het zelfs nog wel eens in deze stad tot een beeld van Tula, Karpata of Boni, of voor alle vrouwen die rebelleerden, om zo de kracht van verzet in een meer inclusieve Nederlandse cq Rotterdamse geschiedenis te tonen.

Die kennis en die zichtbaarheid is nodig om je stad te begrijpen, maar vooral ook je buurman en je buurvrouw, je collega en je teamgenoot.

Previous post

Den Haag en Willemstad zijn het eens

Next post

Aruba en Den Haag: witte rook!

Comité Koninkrijksrelaties

Comité Koninkrijksrelaties

No Comment

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

9 − een =

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.