Columns, toespraken & ingezonden stukkenJustitie en veiligheid

PG Schram: ondermijnende criminaliteit woekert voort

Ter gelegenheid van de installatie van rechters Sara Sijsma en Solange Christiaan op 23 januari 2015 voerde onder meer procureur-generaal Guus Schram het woord. Onderstaand de tekst van zijn toespraak.

Het is mij een waar genoegen om namens het gehele Openbaar Ministerie in het Caribisch gebied, beide zojuist geïnstalleerde rechters van harte te feliciteren met hun installatie. Sara en Solange, ik wens jullie veel rechterlijke wijsheid toe, maar natuurlijk ook veel geluk en plezier in jullie Caribisch avontuur. Het OM ziet uit naar een prettige samenwerking en ik feliciteer ook het Hof met deze twee nieuwe rechters. Dat kan het Hof goed gebruiken. Er worden vandaag geen officieren geïnstalleerd. Dat betekent ook dat het OM bescheiden van de gegunde spreektijd gebruik moet maken. Ik zal het dus kort houden, maar wil wel wat kwijt.

De periode waarin u een aanvang maakt met de werkzaamheden oogt bedrieglijk rustig. Maar schijn bedriegt. Afgezien van het feit dat er dit jaar wederom een aantal grote en spraakmakende zaken door het Hof in behandeling zullen worden genomen, zien de individuele landen waarin u recht spreekt zich geplaatst voor een enorme uitdaging. Als PG voor de eilanden Curacao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba had ik onlangs de eer om in het Justitieel Vierpartijen Overleg in Den Haag mijn visie over de staat van de rechtshandhaving in de landen te kunnen delen met de vier justitieministers en de minister van BZK. Ik bespaar u mijn integrale visie maar deel wel graag mijn conclusie met u.

Na een jaar als PG in functie kan ik concluderen, en anderen met mij, dat de staat van de rechtshandhavingsketen in het Caribisch gebied over de gehele linie zorgelijk is te noemen. Natuurlijk zijn er prachtige initiatieven en is er vooruitgang geboekt, maar we zijn nog niet in staat om als strafrechtketen een effectief en afdoende antwoord te geven op de aanwezige criminaliteit. De realiteit van vandaag drukt ons met de neus op de feiten, althans zou dat moeten doen. De geweldscriminaliteit is schrikbarend hoog. Als we de moordcijfers binnen het Koninkrijk vergelijken is de kans om in het Caribisch deel van het Koninkrijk vermoord te worden soms wel 20 keer zo hoog als in het Europees deel van het Koninkrijk. Verklaringen als ‘we leven in het Caribisch gebied en veel geweld hoort daar nu eenmaal bij’ vind ik daarvoor veel te eenvoudig. We leven namelijk ook in het Koninkrijk waar we allemaal even veel recht op leven hebben.

Niet alleen de moordcijfers zijn hoog, ook de bedreigingen vanuit de internationale georganiseerde misdaad zijn op alle eilanden onverminderd groot. We zijn op dit moment niet voldoende opgewassen tegen deze misdaad die juist de kwetsbare schaal van onze jonge democratieën en kleinschalige samenlevingen opzoekt om zich te nestelen. Daar waar de criminaliteit zich verder heeft ontwikkeld, heeft de keten, waaronder mijn eigen organisatie het OM, zich nog onvoldoende weten te organiseren om op een adequate wijze hierop in te kunnen spelen en dat kunnen wij ons niet meer permitteren. Wij dienen tegenover deze criminaliteit een integere en goed georganiseerde, professionele rechtshandhavingsketen te positioneren, die gemotiveerd en in staat is om alle criminaliteitsvormen aan te pakken. Ook de minder zichtbare en ondermijnende vormen daarvan. Juist die ondermijnende criminaliteit, die het vertrouwen in de fundamenten van onze samenleving ondermijnt, kunnen we nu onvoldoende aanpakken, waardoor deze als een veenbrand voortwoekert.

Met ondermijnende criminaliteit doel ik bijvoorbeeld op gewelddadige criminele organisaties die vrijwel onaantastbaar zijn, corruptie binnen het bestuur, verkiezings-fraude, parlementariërs die belastingfraude plegen en daarvoor worden veroordeeld, et cetera, et cetera, et cetera. De lijst van voorbeelden is helaas heel lang en verspreid over alle landen. Deze ondermijnende criminaliteit is een veelkoppig monster. Gewelddadig, gewetenloos, uitsluitend gericht op macht en financieel gewin, vretend aan de fundamenten van de rechtstaat, buitengewoon goed georganiseerd en door een deel van de samenleving min of meer geaccepteerd. Het is dan ook tijd er een keuze wordt gemaakt. Die keuze komt er in het kort op neer dat we kunnen blijven doorgaan in de vorm waarin we dat nu doen, of dat we nu binnen dat Koninkrijk de schouders eronder zetten en het voor nu en in de toekomst echt goed gaan doen. Dat laatste zal bloed, zweet, tranen en veel geld kosten, maar indien niet nu, wanneer dan wel?

We zullen daarbij realistisch moeten zijn en erkennen dat we als kleine democratieën een keuze moeten maken welke vorm van criminaliteit we zelf aan kunnen pakken en voor welke vorm we een beroep doen op de aanwezige expertise binnen het Koninkrijk en daarbuiten. Die vraag moeten we als land beantwoorden, maar dat geldt natuurlijk ook voor de individuele partners in de rechtshandhavingsketen:

  • Welke gedetineerden kunnen we zelf huisvesten en welke gedetineerden hebben een specialistisch regime nodig. Bijvoorbeeld in een EBI of een Tbs-kliniek.
  • Welke financiële onderzoeken kunnen we zelf doen en waarvoor is gespecialiseerde hulp nodig van bijvoorbeeld accountants met politie-ervaring?
  • Zijn we in staat langdurig gespecialiseerde recherche capaciteit vrij te maken voor onderzoeken naar ondermijnende criminaliteit? Ik betwijfel het. Het onderzoek Magnus naar de moord op Helmin Wiels heeft alle organisaties die daarbij betrokken waren langdurige uit het lood geslagen.
  • Zijn we zelf in staat structureel iets te doen aan de atrako’s en zo nee, waarom niet? Wat hebben we daarvoor nodig en waar halen we dat vandaan?

Talloze vragen waar alle rechtshandhavingsorganisaties voor staan. Ook het Openbaar Ministerie. Wij zullen de focus meer en meer moeten gaan richten op de ondermijnende criminaliteit. We zullen daarvoor expertise moeten binnenhalen en zelf opbouwen. We zullen onze zaken professioneel aan het Hof gaan presenteren waarbij wij in de grotere zaken steeds vaker met een team van officieren van justitie, parketsecretarissen en administratie zullen gaan werken. We zullen ook een netwerkoriëntatie dienen te ontwikkelen en uit te bouwen. Dat gaat bijvoorbeeld om het nauwer samenwerken met andere overheidsorganen die signalen van crimineel gedrag ontvangen. Het kan ook gaan om het bereiken van private partijen en maatschappelijke organisaties die een rol spelen in het faciliteren van crimineel gedrag.

Deze netwerkaanpak vraagt een andere rolopvatting van het OM, met een andere timing, een andere focus, een andere wijze van sturen en een andere strategie. Een OM in ontwikkeling dus. Tegenover professionele criminele organisaties dient namelijk ook een professioneel Openbaar Ministerie te staan, welk in staat is de meest gecompliceerde onderzoeken te verrichten. En ook het Hof zal uiteindelijk met deze vragen aan de slag moeten gaan. Is het realistisch grote onderzoeken in eerste aanleg enkelvoudig af te blijven doen? Vergroot dat de kans op rechterlijke dwalingen en intimidatie? Is het kabinet van de rechter-commissaris voldoende uitgerust voor de aanpak van deze ondermijnende criminaliteit? Zijn er gespecialiseerde strafrechters nodig die ervaring hebben in het behandelen van bijzondere gecompliceerde onderzoeken, waarin een veelheid aan bijzondere opsporingsmiddelen is ingezet? Ik hoor u nu denken: de wet schrijft nu eenmaal voor dat we in eerste aanleg met 1 rechter werken en de financiële middelen van het hof zijn nu eenmaal uiterst beperkt. Natuurlijk is dat waar, maar dat zou ons er niet van moeten weerhouden om te blijven nadenken op welke wijze de rechtshandhaving kan worden versterkt en wat we daarvoor nodig denken te hebben.

We moeten ons in die gedachtenvorming over de toekomst niet laten beperken door de realiteit van het nu. Simpelweg omdat we anders langzaam maar zeker afglijden naar een steeds crimineler samenleving. Dat zouden we moeten voorkomen. Dit alles gezegd hebbende, kunt u begrijpen dat we een uitdagende tijd tegemoet gaan. Een tijd waarin we bij tijd en wijle creatief zullen moeten zijn om binnen de bestaande structuren en middelen wijzigingen door te kunnen voeren en organisaties mee te krijgen, maar ook een tijd waarin we op zoek gaan naar nieuwe middelen zodat verdergaande versterkingen mogelijk zijn. Als Openbaar Ministerie zijn wij enthousiast om ons daarvoor in te zetten. Ik sluit af met de uitnodiging aan Sara en Solange, en via hen aan de gehele rechtshandhavingsketen, om ons enthousiasme daarin te delen en je mede daarvoor in te zetten. Zo dragen wij allen bij aan een veiliger samenleving met minder criminaliteit.

 

Guus Schram

 

 

Previous post

Overijssel ontmoet Sint Maarten

Next post

Publicatie sprookjesboek 'Ode aan de Wonderboom'

Comité Koninkrijksrelaties

Comité Koninkrijksrelaties

No Comment

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

veertien − 9 =

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.