Overheid en politiek

Jaarverslag 2019 Raad van State

Traditioneel verschijnen in Den Haag eind april of begin mei de jaarverslagen van de diverse staatsinstellingen, zo ook dat van de Raad van State. De Raad van State is een institutie van het hele Koninkrijk en niet alleen van het land Nederland. Het is dan ook logisch dat de Raad – als onafhankelijk adviseur – elk jaar vrij uitgebreid ingaat op de koninkrijksrelaties, zo ook nu.

Onderstaand het integrale verhaal, dat overigens is geschreven voordat de corona-crisis in alle delen van het Koninkrijk toesloeg.

65 jaar Statuut

Het was op 15 december 2019 precies 65 jaar geleden dat koningin Juliana in de Ridderzaal het Statuut voor het Koninkrijk met haar handtekening bekrachtigde. Daarmee kwam een eind aan een eeuwenlange koloniale verhouding en ontstond de huidige staatkundige band gebaseerd op vrijwilligheid en gelijkwaardigheid.

De Raad van State organiseerde ter gelegenheid van dit bijzondere jubileum op maandag 16 december 2019 een symposium over het 65-jarige Statuut en de koninkrijksrelaties. In aanwezigheid van Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Beatrix der Nederlanden spraken voormalige bestuurders en politici, hun collega’s van nu en een nieuwe generatie koninkrijksburgers over de stand van het Koninkrijk.

Vrij algemeen werd onderkend dat het Koninkrijk niet vanzelfsprekend is, maar dat er inhoudelijk in de koninkrijksband moet worden geïnvesteerd om het meer te laten zijn dan een formele constructie die in de huidige praktijk te vaak tot ongemak en onvrede leidt.

Tijdens het symposium werd ook geconcludeerd dat verder sleutelen aan staatkundige structuren weinig soelaas biedt. Burgers willen zoveel mogelijk zekerheid en een zorgzame overheid. Ze willen geen onduidelijke avonturen die vaak ook nog eens worden gebruikt als alibi om de aanpak van acute maatschappelijke vraagstukken nog even uit te kunnen stellen. Voor de aanpak van maatschappelijke problemen is allereerst politiek- bestuurlijke wil en moed nodig, niet per se wijziging van het Statuut.

In zijn bijdrage aan het symposium pleitte de vice-president vatte de Raad van State voor meer differentiatie, maatwerk en flexibiliteit in de verhouding tussen de landen van de Koninkrijk. Aruba, Curaçao en Sint Maarten zijn onderling zeer verschillend zijn. Dat maakt benaderingen op maat noodzakelijk. Het Statuut staat aan dit maatwerk niet in de weg. Het Koninkrijk bestaat niet in de eerste plaats uit staatkundige structuren en formele verhoudingen, maar zou vooral moeten gaan om het welzijn van alle burgers, zowel in Europa als in de Cariben.

Sinds de staatkundige herstructurering van 2010 spreken de landen over een Rijkswet geschillenregeling. De Raad heeft er al vaker op gewezen dat zo’n regeling een grote bijdrage kan leveren aan de kwaliteit van de koninkrijksrelaties. Tegelijkertijd heeft de Raad aangegeven dat een regeling zonder breed draagvlak een geschil in zichzelf zal worden en zo feitelijk geen meerwaarde heeft. Zo’n regeling kan niet anders dan bijdragen aan toenemende onderlinge frustraties.

Rijkswet Koninkrijksgeschillen

Mede naar aanleiding van het eerdere advies van de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk over de rijkswet zijn wijzigingen in het voorstel aangebracht. De aanpassingen die de regering heeft gedaan in het voorstel en de toelichting waren voor de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties in de Tweede Kamer aanleiding om in februari 2019 nog twee vragen aan de Afdeling advisering voor te leggen.

1. In het advies over het oorspronkelijke voorstel merkte de Afdeling advisering op dat het lang niet altijd mogelijk is om in de praktijk een scherp onderscheid te maken tussen juridische en politiek-bestuurlijke aspecten van een geschil als bedoeld in artikel 12a Statuut.
Hoe moet deze stelling worden beoordeeld in het licht van de keuze die nu in het voorstel van rijkswet wordt gemaakt?

2. Volgens welke procedure zal een op grond van het wetsvoorstel bij de Afdeling advisering aanhangig gemaakt geschil worden behandeld?
In hoeverre is de keuze om de regeling te beperken tot juridische geschillen daarop van invloed?

De voorlichting over het voorstel van Rijkswet Koninkrijksgeschillen werd in mei 2019 vastgesteld en gepubliceerd (W04.19.0051/I).

In de voorlichting wijst de Afdeling advisering erop dat er nog steeds verschil van inzicht bestaat tussen Nederland en de andere landen van het Koninkrijk over de wijze waarop de geschillenregeling zou moeten worden vormgegeven. Zij benadrukt daarom nogmaals het belang van een goede evaluatie van de voorgestelde regeling. Zij adviseert om op korte termijn met alle betrokkenen te komen tot afspraken over de opzet, methodologie en criteria voor de evaluatie en de onafhankelijke instantie die deze evaluatie moet gaan uitvoeren.

In antwoord op de eerste vraag merkt de Afdeling advisering op dat ook met de voorgestelde beperking tot juridische geschillen, zoals nu opgenomen in het voorstel van rijkswet, de politiek-bestuurlijke context van het geschil in de beoordeling wordt betrokken. Wel zal de beperking tot ‘zuiver juridische geschillen’ er mogelijk toe kunnen leiden dat het orgaan dat belast wordt met de geschillenbeslechting een terughoudender inschatting van deze context zal maken, omdat zijn oordeel zich uiteindelijk moet toespitsen op beantwoording van de juridische bevoegdheidsvraag.

Met betrekking tot de tweede vraag wijst de Afdeling advisering erop dat als de wetgever kiest voor het neerleggen van de taak van geschilbeslechter bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk, zij het voornemen heeft om het bestaande procesreglement rijksbestuursgeschillen Raad van State van het Koninkrijk zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing te verklaren.

De Afdeling advisering ziet vooralsnog geen reden om af te wijken van de procedure in het procesreglement vanwege de beperking tot juridische geschillen.

De amendementen die de Tweede Kamer heeft aanvaard, leiden er naar het oordeel van de Raad van State toe dat de gewenste onafhankelijke geschillenbeslechting ook om andere redenen in gevaar komt. Het institutioneel instellen van een nieuwe, derde Afdeling binnen de Raad van State en het door de Caribische landen daarin aanwijzen van staatsraden voor concrete geschillen doet naar het oordeel van de Raad van State afbreuk aan het onafhankelijke karakter van de adviezen en doet daarnaast afbreuk aan de positie van de reeds binnen de Raad aanwezige staatsraden van het Koninkrijk.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties deelt deze zienswijze van de Raad van State voorlopig niet. Hij wil op dit punt opnieuw van gedachten wisselen tijdens de evaluatie die over drie jaar is voorzien.

Aanwijzing financieel toezicht Curaçao

Op 12 juli 2019 kreeg Curaçao een aanwijzing tot aanpassing van de begroting 2019, rekening houdend met de normen in artikel 15 van de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten. Ook werd Curaçao verplicht om ontstane tekorten uit de jaren 2017 en 2018 te compenseren door overschotten op de begroting in de jaren 2020, 2021 en 2022, en de kortlopende schulden aan de Sociale Verzekeringsbank van Curaçao en het Algemeen Pensioenfonds van Curaçao uiterlijk in 2022 af te lossen.

Tegelijkertijd met deze aanwijzing kwamen Nederland en Curaçao een zogeheten Groeiakkoord overeen. Dit is gericht op versterking van de overheidsfinanciën, duurzame economische groei, hervorming van de ambtelijke dienst en sociale investeringen voor het eiland.

Curaçao heeft op 23 augustus 2019 op basis van de rijkswet beroep ingesteld bij de Raad van State. Medio november 2019 heeft een openbare zitting plaatsgevonden, waar partijen hun zienswijze hebben gegeven en toegelicht. Begin december 2019 heeft de Raad van State van het Koninkrijk een advies in de vorm van een concept-koninklijk besluit gestuurd naar de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Adviesradenoverleg

Eens in de twee jaar overlegt de Raad van State met de Raden van Advies van Aruba, Curaçao en Sint Maarten, telkens op een wisselende locatie.

Dit overleg vond medio september 2019 plaats in Den Haag. Met de collega-adviseurs is overlegd over een aantal gezamenlijke vraagstukken die in koninkrijksverband spelen.

Er is gesproken over de uitvoering van wetgeving en de toetsing daarvan in de adviesfase, over de sociaaleconomische effecten van negen jaar financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten voor de gemeenschappen aldaar, over enkele procedurele knelpunten bij de advisering door de Caribische Raden van Advies bij rijkswetten en over het interne kwaliteitstraject van de Afdeling advisering van de Raad van State.

In de marge van het besloten overleg is tijdens een symposium met externe gasten van gedachten gewisseld over het rechtsvergelijkend onderzoek naar de staatsrechtelijke overzeese verhoudingen in ons Koninkrijk, Frankrijk, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk: ‘Het Koninkrijk tegen het licht’. |
De onderzoekers professor Gerhard Hoogers en mr. Gohar Karapetian van de Rijksuniversiteit Groningen gaven een toelichting op hun werk.

Ook was er tijdens genoemd symposium aandacht voor integriteit als koninkrijksbreed vraagstuk. Voormalig hoofdofficier van justitie mr. Kitty Nooy schetste de ontwikkelingen rond dit thema in Nederland en binnen het Openbaar Ministerie. Hierna is van gedachten gewisseld over de vraag welke lessen binnen het Koninkrijk kunnen worden getrokken.

Werkbezoeken

Om als orgaan van het hele Koninkrijk adequaat te kunnen adviseren is het belangrijk te weten wat er op de zes eilanden leeft. De vice-president van de Raad van State heeft in januari 2019 (twee maanden na zijn aantreden) een kort bezoek aan alle eilanden gebracht. Eind oktober 2019 bezocht hij op uitnodiging van de Universiteit van Curaçao het eiland om daar een openbare lezing te houden over 65 jaar Statuut voor het Koninkrijk.

Helaas kon de lezing niet doorgaan door een grote stroomstoring. De tekst van de lezing is wel gepubliceerd, onder meer op de website van de Raad en in enkele lokale kranten. Naast het bezoek aan Willemstad bracht de vice-president een kort bezoek aan Aruba.

Samenwerking Gemeenschappelijk Hof

Ook in 2019 waren enkele staatsraden van de Afdeling bestuursrechtspraak als plaatsvervangend lid van het Gemeenschappelijk Hof betrokken bij de bestuursrechtspraak op de eilanden. De Raad van State verleent daarbij ook ambtelijke, juridische ondersteuning aan het Gemeenschappelijk Hof.

Adviezen Raad van State van het Koninkrijk

De Raad van State van het Koninkrijk bracht in 2019 veertig adviezen uit. Een groot deel daarvan ging over de goedkeuring van verdragen en naturalisaties.

Hoewel ze technisch gezien een voorlichting van de Afdeling advisering is en niet van de Raad van State van het Koninkrijk, is de voorlichting over de bestaande vormgeving tussen Caribisch en Europees Nederland en de coördinerende rol van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties relevant in het licht van de koninkrijksrelaties (W04.18.0286/I).

Deze voorlichting gaat in op de wijze waarop beter zou kunnen worden samengewerkt tussen Caribisch Nederland en de drie andere landen van het Koninkrijk. Daarnaast doet zij een aantal aanbevelingen over de verhouding tussen Caribisch en Europees Nederland.

Raad van State / 7 mei 2020

Previous post

Het speelkwartier is begonnen!

Next post

Rode Kruis coördineert voedselhulp

Comité Koninkrijksrelaties

Comité Koninkrijksrelaties

No Comment

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

1 × 2 =

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.