Columns, toespraken & ingezonden stukken

65 jaar Statuut voor het Koninkrijk: Samen kunnen we meer | mr. Frits Goedgedrag

Maandag 16 december 2019 vierde de Raad van State in de Gotische Zaal van het fraaie Haagse paleis Kneuterdijk de 65e verjaardag van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden. Onder de vele aanwezigen was ook HKH Prinses Beatrix, die enkele dagen eerder nog Saba en Sint Eustatius had bezocht.

Tijdens het symposium zijn veel memorabele dingen gezegd. De toespraak die het meeste indruk maakte was die van staatsraad Frits Goedgedrag, die we natuurlijk nog goed kennen als de laatste Gouverneur van de Nederlandse Antillen en als procureur-generaal of daarvoor als oud-gezaghebber van Bonaire. Zijn verhaal kunt u onderstaand nog eens integraal nalezen.

Goed gevulde Gotische Zaal, met bekende oudgedienden én een aantal getalenteerde jongeren
(foto: Raad van State / Hans Kouwenhoven)

Koninklijke Hoogheid, excellenties, dames en heren,

Op 15 december 1954 is er iets bijzonders ontstaan: een Koninkrijk van gelijkwaardige partners ‘steunend op eigen kracht, doch met de wil elkander bij te staan’. Dat Koninkrijk is nu 65 jaar jong en daarom zijn wij vandaag hier. We vieren de verjaardag van de koninkrijksband.  En dat is terecht: iets wat mooi en waardevol is, moet gevierd worden. Er is veel om dankbaar voor te zijn. Niet alleen het Statuut viert haar verjaardag. Een goede vriend, Ernst Hirsch Ballin vierde op die woensdag, 15 december 1954 ook zijn verjaardag, zijn vierde. Het is volgens mij geen toeval dat hij als vriend van onze eilanden en iemand die echt gelooft in het Koninkrijk ook op Statuutdag zijn verjaardag viert.

Vieren is goed, maar het is ook verstandig om na 65 jaar kritisch te bezien of het niet tijd is voor pensioen óf dat we de komende 65 jaar met hernieuwde energie aan de slag gaan om hier in 2084 weer bijeen te komen om een tweede termijn van 65 jaar samenwerking te vieren. Misschien kunnen we samen meer…

Ik wil iets zeggen over allereerst het ‘steunend op eigen kracht’ en vervolgens ook over ‘de wil om elkander bij staan’.

Het Koninkrijk van 1954 zag er totaal anders uit dan nu. Europees Nederland had een start gemaakt met de wederopbouw na vijf lange jaren van bezetting; Indonesië had het Koninkrijk verlaten; en de Antillen – met name Aruba en Curaçao – en Suriname waren dankzij de oorlog welvarender dan ooit.

Nederland deed het steeds beter. Deels op eigen kracht, maar natuurlijk sinds 1948 ook dankzij de Amerikaanse Marshallhulp. Toen het even wat minder ging – in 1953 na de Watersnoodramp – werd er op de eilanden en in Suriname gecollecteerd voor de Zeeuwse medeburgers: de wil om elkander bij te staan. Want samen kunnen we meer!

De zes Antilliaanse eilanden werkten op eigen kracht aan welvaart en welzijn. Een antwoord geven op de vraag in hoeverre dat is gelukt, hangt sterk af van de manier waarop je naar die eilanden kijkt. Haagse politici kijken heel vaak naar de eilanden door de Haagse bril. Wat gebeurt er als we de eilanden bezien met bijvoorbeeld Portugese of Colombiaanse ogen? Of beter nog, met Antilliaanse ogen. De waarden van Europees Nederland zijn zo heel anders dan die van Zuid-Amerika. Mensen met de Haagse bril vinden vooral handel en financiën belangrijk, en terecht. 

Antilliaanse mensen op hun beurt vinden vriendschap, elkaar begroeten, muziek en familie belangrijk, ook terecht. Laten we eerlijk zijn; Antillianen kunnen meestal beter dansen dan Haagse politici.  En nuchtere Nederlanders kunnen een voorbeeld nemen aan de vrolijke, uitbundige lach van de Curaçaose man en vrouw. In Nederland is tijd geld.  Efficiënt zijn is belangrijk!

Op de Antillen is vriendschap, geld. Het is niet ongebruikelijk dat iemand zijn auto midden op de weg stil laat staan omdat hij een vriend ziet die begroet moet worden.

Die eigen kracht is er wel degelijk op de Antillen: Welke Nederlander kan Churandy Martina bijbenen? Wie kan honkbal spelen als Xander Bogaerts? Of als onze ridder Didi Gregorius? En what about onze kampioene Sarah Quita Offringa?

Zijn we ons voldoende bewust van de culturele kracht van de Antillen? Wie kan mazurka’s spelen zoals Wim Statius Muller? Of als Johnny Kleinmoedig? Vorige maand is de Arubaan Juan Chabaya Lampe overleden; u kent hem wel onder de naam “Padú del Caribe”. Zijn muziek is blijvend; er zijn niet veel liederen die “Abo so” kunnen evenaren in emotie en creativiteit.

Wat denkt u van literaire kopstukken als Boelie van Leeuwen, Lasana Sekou en Frank Martinus Arion?  Verder kunnen we veel leren van de krachtige spiritualiteit van Antilliaanse mensen. Met groot respect spreken we over sterke wetenschappers als Valdemar Marchena, Alejandro en Jaime Saleh, Joop Halman, Bob Pinedo  en Fred Soons.

Wie weet er meer van de geschiedenis van de eilanden dan Will Johnson?

En dan hebben wij het niet gehad over krachtige bestuurders als Franky Richards in het verleden en nu Eugene Holiday.

Niet iedereen zal met het volgende eens zijn, maar op veel plekken in de Cariben worden ‘onze’ zes eilanden gezien als het Zwitserland van het Caribisch gebied: krachtig, welvarend, veilig. Daar mogen we als Koninkrijk best trots op zijn.

Het glas is niet half leeg, het is half vol!

Als ik spreek van een half vol glas dan is er dus trots op wat is bereikt – zelf en met anderen, want samen kunnen we meer!

Er is zeker ambitie om dat glas voller te krijgen. Veel kunnen en moeten we zelf doen. Vanwege de kleine schaal van de eilanden zijn de mogelijkheden om alles zelf te doen soms beperkt. Dat geldt evenzeer voor  minder kleine spelers, zoals het land Nederland dat tot op zekere hoogte voor handel en welvaart ook weer afhankelijk is van de Europese Unie. Herman Tjeenk Willink zei het een tijdje terug: “geen land ter wereld is nog autonoom; geen land ter wereld kan het helemaal zelf doen”.

Onze verstandhouding begint dus met eigen kracht en groeit verder door het elkander bijstaan. En mensen uit de Antillen kunnen Nederland zeker bijstaan. Ik denk aan de windsurfers Elvis en Patoon uit Bonaire, ik denk aan Gibby uit Rincon die de geneeskrachtige werking kent van alle inheemse planten.

Ik denk aan twee ex-leerlingen van het Albert Schweitzer-college uit Curaçao die nu dansles geven in Amsterdam en Den Haag.  Ik denk aan één van de bursalen uit Curaçao, die nu als professor, onderzoek doet naar mensen die leven met hiv. Ik denk aan Nicole Hoevertsz die als lid bijdraagt aan het Internationaal Olympisch comité.

Binnen dat Koninkrijk staan we elkaar bij; en terecht. Want samen kunnen we meer!

Ik denk aan defensie, noodhulp na rampen, de rechterlijke macht en de rechtshandhaving. Daarnaast is er veel positieve samenwerking tussen onder meer universiteiten, hogescholen, ziekenhuizen en natuurorganisaties.

U kent mogelijk die organisatie met die lange naam (zo refereert haar beschermvrouwe altijd aan DCNA) de Dutch Caribbean Nature Alliance als koninkrijksbreed samenwerkingsverband. Dat smaakt naar meer! Waarom niet dergelijke verbanden ook voor monumentenzorg, reddingsbrigades of bibliotheken? Want samen kunnen we meer!

Ik denk dat we de komende 65 jaar veel meer nadruk moeten leggen op het belang van dergelijke vormen van samenwerking. Waarom organiseren we inspecties van het onderwijs en de volksgezondheid niet in koninkrijksverband? Dan zouden we heel praktisch aan het werk kunnen gaan voor al onze burgers.

Wij hebben allemaal een klein rood boekje bij ons op grond waarvan we iets heel wezenlijks samen delen: onze nationaliteit, het Nederlanderschap. Dit is een cruciaal anker! Het Statuut kent geen allochtonen en kent ook geen “makamba’s”.

Ernst Hirsch Ballin heeft ooit opgemerkt dat wanneer Antillianen allochtonen genoemd moeten worden, hij dan ook een allochtoon genoemd moet worden, vanwege zijn Oostenrijks/Duitse afkomst. We zijn allemaal Nederlanders! Dat wil niet zeggen dat er geen verschil is, tussen Limburgse, Friese, Statiaanse en Amsterdamse Nederlanders. Die verscheidenheid in taal en cultuur geeft ons juist kleur! Ze behoren allen tot ons koninkrijk! En samen kunnen we meer!

“Onbekend maakt onbemind” Daarom moeten we gezamenlijk gaan investeren in uitwisseling en kennismaking. Een jaar geleden hielden professor Gert Oostindie en Jörgen Raymann op deze plek een pleidooi voor een koninkrijksfonds om de samenwerking op het gebied van cultuur en onderwijs te stimuleren. Met jaarlijks een paar dubbeltjes per koninkrijksburger zouden we al een heel eind komen.

Het fonds is er nog niet, dus alleen daarom al wil ik die oproep vandaag herhalen. Een mooi geschenk voor de 65-jarige!

Vorige week werd Greta Thunberg de persoon van het jaar voor Time Magazine. Zij stelt dat we niet meer kunnen wachten op politieke leiders, maar dat de massa moet samenkomen.  Zij ook is stellig: Samen kunnen we meer!

Dames en heren, laat ik afsluiten met een citaat uit de toespraak van de vicepresident. Dan hoeft hij, die cruciale passage, straks, niet zelf nog eens te herhalen!

“Wil het Koninkrijk echt blijvend gaan leven in de harten van de burgers, dan is het absoluut noodzakelijk vooral te blijven samenwerken en het welzijn van mensen te verbeteren: onderwijs, cultuur, veiligheid, werkgelegenheid, zorg en duurzaamheid.”

Want samen kunnen we meer!

Frits Goedgedrag / 16 december 2019

Op de eerste rij van links naar rechts: Nationale ombudsman, gevolmachtigde minister van Sint Maarten, minister van staat Tjeenk Willink, minister van BZK, vice-president Raad van State, Prinses Beatrix, minister van Defensie, gevolmachtigde minister van Curaçao, burgemeester van Den Haag
(foto: Raad van State / Hans Kouwenhoven)
Previous post

Anderhalf!

Next post

"Eten is om te delen"

Comité Koninkrijksrelaties

Comité Koninkrijksrelaties

No Comment

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

5 × 5 =

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.