CITRO

CITRO is al 35 jaar de Curaçaose organisatie voor ‘Maritime Search and Rescue’.  De stichting CITRO werkt zonder enige overheidssubsidie en kent alleen vrijwilligers: betrokken en professionele mensen van Curaçao die zelf risico’s willen nemen om het leven van anderen te kunnen redden. Jaarlijks worden ongeveer 80 mensen in nood in de wateren rond Curaçao door de CITRO weer veilig aan land gebracht, maar de CITRO wordt ook op andere plekken ingezet. In november 2010 hielp men bij de evacuatie tijdens de orkaan Tomas. Eén vrijwilliger van de CITRO kwam daarbij om het leven.

De CITRO werkt dagelijks nauw samen met de Koninklijke Marine, de Kustwacht voor het Caribisch gebied en diverse andere Curaçaose organisaties. Daarnaast wordt al bijna 25 jaar intensief samengewerkt met de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij. Daarbij gaat het om personele uitwisselingen, trainingen en om gezamenlijke aanbestedingen om zodoende meer korting te kunnen bedingen. De KNRM spreekt over de CITRO als een zeer professionele zusterorganisatie.

m1fzc9vas0wh

Gemeente Amsterdam maakt het Koninkrijk concreet

adamDe gemeente Amsterdam heeft al vele jaren geleden afscheid genomen van de ongeveer dertig vaak slechts ‘papieren’ stedenbanden. Amsterdam is al eeuwen een multiculturele stad en werkt ook nu veel en intensief samen met de rest van de wereld, maar de gemeente probeert die inzet te concentreren op een aantal landen waarmee samenwerken wederzijds voordeel oplevert. Daarbij gaat het onder meer om de herkomstlanden van vele groepen Amsterdammers. Curaçao en Sint Maarten horen daar sinds augustus 2007 bij.
Om de samenwerking zo effectief mogelijk te maken, wordt er gewerkt met projecten: 15 met Curaçao en 14 met Sint Maarten. Vele Amsterdamse deskundige uitvoerders zijn voor een korte tijd op de eilanden actief: Bureau Integriteit, de GGD, het Bureau Monumenten en Archeologie en de Dienst Ruimtelijke Ordening, de Dienst Persoonsgegevens en de Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling. Maar ook Amsterdamse organisaties zoals Arkin en het ROC van Amsterdam. In totaal gaat het om een twaalftal instellingen uit Amsterdam.
De Amsterdamse beleidsambtenaren merken op dat beide partners binnen de samenwerking de onkosten hoofdzakelijk zelf betalen. Het gaat vooral om wederzijdse uitwisseling van kennis en ervaring. De Vereniging Nederlandse Gemeenten stelt soms stage vergoeding beschikbaar en derden financieren in sommige gevallen mee (USONA). Een beetje gek is dat wel: voor samenwerking buiten het Koninkrijk zijn er vaak meer subsidie mogelijkheden. Aan de andere kant geeft dit ook aan dat zowel Amsterdam als de landen Curaçao en Sint Maarten de samenwerking op prijs stellen.

De internationale samenwerking is voor de gemeente Amsterdam ook onderdeel van het eigen personeelsbeleid. Gerard Pieters en Arnold van den Broek – laatstgenoemde woonde en werkte medio jaren negentig enige jaren op Sint Maarten – zijn op het stadhuis heel uitgesproken: “De kennis van de eigen organisatie elders in een andere omgeving en cultuur toepassen is voor Amsterdam heel leerzaam en verhoogt de expertise binnen de eigen gemeentelijke organisatie. Daarnaast wordt de gemeente als werkgever een stuk interessanter als medewerkers ook buitenlandse ervaring kunnen opdoen en dit zal een steeds belangrijker punt in de personeelswerving worden”.
Het gaat Amsterdam in elk geval niet om liefdadigheid of ontwikkelingswerk: “We gaan als gelijkwaardige partners met elkaar om.” Die gelijkwaardigheid betekent dus ook dat een project stopt als het niet goed loopt. Hoewel dat met de Antillen nog niet is gebeurd, is dat in andere landen wel voorgekomen. Ondanks de grondige voorbereiding kan het altijd toch net iets anders lopen. Het blijft mensenwerk.

Het Amsterdamse bureau internationale betrekkingen, met ongeveer 2,5 formatieplaats, heeft in de afgelopen tien jaar een kleine tweehonderd projecten in een twaalftal landen gecoördineerd, maar een paar zijn hen extra dierbaar. Zo is er het project op Curaçao en Sint Maarten waarbij Amsterdam (Bureau Monumenten en Archeologie van het Stadsarchief) in samenwerking met het Nationaal Archeologisch en Antropologisch Museum (NAAM) heeft geholpen bij het maken van digitale archeologische waardekaarten van Curaçao en Sint Maarten. Deze kaarten zijn niet alleen van belang voor archeologisch onderzoek, maar geven ook informatie voor een ieder die op het eiland bezig is met ruimtelijke ordening en projectontwikkeling, zowel binnen als buiten de overheid.

NASKHO – Nederlands-Antilliaanse Stichting voor Klinisch Hoger Onderwijs

Ruim 1300 artsen in Nederland hebben een deel van hun opleiding (coschappen) op Curaçao genoten. Deze veelal aan de Rijksuniversiteit Groningen studerende artsen in opleiding werden de afgelopen 44 jaar via de NASKHO naar het Curaçaose Sint Elisabeth Hospitaal uitgezonden. Dit dertigtal studenten per jaar leert (naar eigen zeggen) op Curaçao beduidend meer dan in een vergelijkbare periode in Nederland. Het wonen, leren en werken in een andere omgeving dan de Nederlandse blijkt bij te dragen aan de vorming van goede artsen. Daar hebben zowel Curaçao als Nederland profijt van.

Prof. dr. J.H. Arendzen (hoogleraar revalidatiegeneeskunde Leiden; coassistent op Curaçao in 1972): “Ook later heb ik nooit iemand gesproken die spijt had van het coschap op Curaçao.”

Ziekenzaal in het Sint Elisabethhospitaal, begin jaren zeventig vorige eeuw.

Ziekenzaal in het Sint Elisabeth Hospitaal te Willemstad; begin jaren zeventig van de vorige eeuw.

De samenwerking werd aanvankelijk vooral vanuit de Nederlandse overheid gefinancierd, maar wordt sinds de jaren negentig geheel door de partners zelf bekostigd. De NASKHO doet echter meer. Jaarlijks organiseert de NASKHO talloze conferenties en post graduate opleidingen, voor zowel Curaçaose als Nederlandse medici. Belangstellenden uit andere koninkrijksdelen of van buiten het Koninkrijk zijn evenzeer welkom. Op de website van de NASKHO staat een aansprekend overzicht van vroegere en toekomstige activiteiten.

Tot slot stimuleert en financiert de NASKHO allerhande wetenschappelijk onderzoek, bijvoorbeeld maar niet alleen naar ziekten die in het Caribisch gebied bovengemiddeld vaak voorkomen, zoals sikkelcelziekte. De resultaten daarvan leiden niet alleen tot talloze publicaties in gerenommeerde internationale medische vakbladen, maar leiden ook tot verhoging van de kwaliteit van de zorg op Curaçao en andere eilanden in het Caribisch gebied.

 

Fundashon Mami Sa

Fundashon Mami Sa is in 2008 opgericht met als doel de toekomst voor jonge alleenstaande moeders en hun (schoolgaande) kinderen op Curaçao te verbeteren. De stichting gaat de capaciteiten van jonge moeders versterken zodat zij een vervolgopleiding kunnen gaan volgen of klein ondernemerschap kunnen bedrijven. Dit alles met oog voor de verantwoordelijkheden die het moederschap met zich meebrengt voor de vrouwen van Mami Sa.

Fundashon Mami Sa is een initiatief van Marion van der Burgh. Zij is geboren en getogen op Curaçao en is, na jaren in Nederland te hebben gewoond, in 2008 teruggekeerd naar het eiland. Onder andere Mila Palm heeft bijgedragen aan de totstandkoming van de stichting. Speciaal voor Mami Sa is er in 2010 in de wijk Paradijs een huis gebouwd waar de activiteiten zullen plaatsvinden.

Doelgroep
De doelgroep van Fundashon Mami Sa zijn alleenstaande jonge vrouwen (tot 25 jaar) die leven onder de armoedegrens en kinderen hebben op de lagere school. Mami Sa zal zes tot negen gezinnen uit wijken rondom het huis in Paradijs gaan begeleiden gedurende een periode van drie jaar. Tijdens dit programma werkt Mami Sa aan het versterken van de eigenwaarde van de moeder en het verbeteren van het hechtingsgedrag tussen moeder en kind. Daarnaast biedt Mami Sa begeleiding van moeders bij hun (her)intrede op de arbeidsmarkt.

Driejarig programma Mami Sa
Het eerste jaar van het programma staat in het teken van het aanleren van structuur voor zowel moeder als kinderen. Daarnaast wordt er geïnventariseerd welke competenties van de moeder versterkt kunnen worden met oog op toekomstig werk. In het tweede jaar wordt er uitgebreid aandacht besteed aan deze competenties en worden er eventueel vaardigheden aangeleerd voor het uitoefenen van kleinschalige landbouw. Zowel in het eerste als tweede jaar worden de kinderen bijgestaan bij hun ontwikkeling op school en daarbuiten. Het derde jaar zullen de gezinnen niet meer dagelijks in Paradijs komen, maar zorgen mentoren voor een goede begeleiding.

Mami Sa biedt de eerste twee jaar in Paradijs een dagprogramma aan voor zowel de moeders als hun kinderen. ’s Ochtends, wanneer de kinderen op school zitten, komen de moeders naar het huis van Mami Sa, waarna er tussen de middag gezamenlijk met de kinderen gegeten wordt. In de middag is er ruimte voor begeleiding van de kinderen, onder andere op schoolgebied door middel van huiswerkbegeleiding. Na een gezamenlijke broodmaaltijd keert het gezin huiswaarts.

Op dit moment is Mami Sa bezig met het werven van gezinnen en de invulling van het dagprogramma. In dit dagprogramma zullen onder andere de thema’s wonen, budgetteren, opvoeding, milieubewustzijn, gezondheid en creativiteit behandeld worden.

Samenwerking en ondersteuning
Mami Sa is zeer geïnteresseerd in samenwerking met partners vanuit zowel Curaçao als Nederland. De stichting heeft behoefte aan kennis- en deskundigheidsbevordering, evenals financiële ondersteuning. Voor meer informatie kunt u kijken op de website www.mamisa.org. Hier kunt u ook de contactgegevens van Marion van der Burgh vinden.

 

Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA)

De Dutch Caribbean Nature Alliance is een samenwerking tussen de zes Caribische eilanden en zusterorganisaties in Nederland.  In totaal werken zeven eilandelijke non-gouvernementele organisaties samen met een elftal natuurorganisaties in Nederland, waaronder Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, de Vogelbescherming en het Wereld Natuur Fonds. In 1996 werden de eerste gesprekken gevoerd en in 2003 ontstond daaruit de Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA). CARMABI (Caribbean Research and Management of Biodiversity) beheert 8 natuurgebieden op Curaçao. Het grootste gebied is het Christoffelpark, en waar, met enig geluk, het zeldzame witstaarthert te zien is. Spectaculair is het park Shete Boka aan de noordkust van het eiland, waar de ruige zee met grote kracht op de rotsen slaat.

Witstaarthert in Christoffelpark

Witstaarthert in Christoffelpark

Geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

achttien − een =