Speciale gebeurtenissen

“Vrijwillig, maar niet vrijblijvend”

Joop van den Berg en René Zwart hadden het gelukkige idee om het tienjarig jubileum van ’10-10-10′ niet geruisloos te laten passeren. Dat idee leidde tot een fraai boekwerk: ‘Koninkrijk op eieren. Reflecties op 10 jaar 10-10-10’. Een vijftigtal hoofdrolspelers van toen en nu geeft hun visie op de afgelopen tien jaar. Via deze website is het boek geheel gratis te downloaden.

Prof. mr. Pieter van Vollenhoven kreeg als voorzitter van het Comité Koninkrijksrelaties de vraag om een voorwoord te willen schrijven en dat voorwoord geven we onderstaand weer. Ook enkele andere bij het Comité betrokken personen hebben meegeschreven aan het boek: Ank Bijleveld-Schouten, Hans de Boer, Jörgen Raymann, Jaime Saleh, Glenn Thodé en Ron van der Veer komen uitgebreid aan het woord.

Het Koninkrijk: vrijwillig, maar niet vrijblijvend

Het Koninkrijk der Nederlanden is een soevereine staat, waarbinnen we nu vier landen onderscheiden: Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn nu drie bijzondere openbare lichamen die deel uitmaken van Nederland. Deze structuur is ontstaan bij de ingrijpende herinrichting van het Koninkrijk eind 2010. Het land Nederlandse Antillen werd toen opgeheven.

Ons Koninkrijk is best complex door de grote onderlinge verschillen tussen een middelgroot land aan de Noordzee en de zes kleine tot zeer kleine Caribische eilanden, die zelf onderling óók weer heel verschillend zijn.

We delen een gezamenlijke nationaliteit en in het dagelijks leven wordt er regelmatig gesproken over onze staatkundige structuur en veel over de woorden onafhankelijkheid en autonomie. Ik vind het een uitstekende gedachte van prof. dr. Joop van den Berg en journalist René Zwart om tien jaar later, in 2020, door middel van deze publicatie de balans op te maken.

De gedachte in de aanloop naar ’10-10-10’ was dat de nieuwe staatkundige verhoudingen tot betere bestuurlijke relaties zouden leiden. Dat zou, was het idee, leiden tot meer welzijn en welvaart en zo alle koninkrijksburgers ten goede komen. Over de mate waarin die goedbedoelde intenties zijn uitgekomen lopen de meningen uiteen, zo blijkt uit de reflecties van een vijftigtal betrokkenen die in deze bundel bijeen zijn gebracht.

Er mogen dan (soms zeer) verschillende opvattingen leven over het resultaat van ‘10-10-10’, dit boek bewijst dat het Koninkrijk bij velen wel leeft. Van de samenstellers vernam ik dat vrijwel iedereen die benaderd is onmiddellijk bereid was tot medewerking. En dat hun betrokkenheid bij het Koninkrijk zo groot is dat vrijwel niemand zich heeft gehouden aan de voorgestelde lengte. Ook dat spreekt mij zeer aan, omdat het past bij één van mijn favoriete motto’s: wie schrijft die blijft!

“Vele maatschappelijke problemen schreeuwen om een oplossing en niets in het Statuut staat de aanpak daarvan in de weg.”

Als voorzitter van het Comité Koninkrijksrelaties doet het mij deugd dat ons Koninkrijk enthousiasme losmaakt. Tegelijkertijd zou de gemiddelde krantenlezer ook een ander beeld kunnen krijgen: dat van aanhoudend ‘gedoe’ en dan met name op politiek niveau. Ook de afgelopen maanden zien we dat besluitvorming in het Koninkrijk zelden vanzelf gaat.

In dit verband is het goed dat iedereen zich nog eens realiseert dat ons Koninkrijk géén verband is van onafhankelijke landen, maar van autonome landen. Bij onafhankelijkheid heb je in principe niets met elkaar te maken, tenzij je onderlinge overeenkomsten afsluit. Bij autonome landen is echter altijd sprake van veel meer onderlinge spelregels die moeten worden nageleefd en worden gecontroleerd.

Kortom, autonomie is geenszins onbegrensd. Wie onbegrensde autonomie nastreeft, wil feitelijk onafhankelijk worden en zal het Koninkrijk verlaten. Dat kan en mag natuurlijk, maar naar mijn mening leven wij wel in een wereld die zich meer en meer laat kenmerken door wederzijdse afhankelijkheden en samenwerkingsverbanden. Het scheppen van de nieuwe staatkundige structuur op ’10-10-10’ werd wellicht door veel mensen gezien als een sluitstuk, terwijl het toch eigenlijk een nieuw begin was.

Uit mijn ervaring met onafhankelijke onderzoeken weet ik dat velen moeite hebben om afgesproken spelregels na te komen. Vele regels kunnen gemakkelijk het onderspit delven bij afweging met economische of andere belangen, alsmede door een gebrek aan effectief intern- en extern toezicht.

Niemand vindt bemoeizucht fijn, maar door het ontbreken van onafhankelijk toezicht ontstane grote verschillen in het omgaan met afspraken en spelregels. Dat breekt uiteindelijk iedereen op.

Ik hoop oprecht dat het Koninkrijk een grote meerwaarde voor de burgers in zich kan herbergen. Gelet op de omvang van de deelnemers aan ons Koninkrijk lijkt mij een autonome samenwerking met toezicht geboden.
Vele maatschappelijke problemen schreeuwen om een oplossing en niets in het Statuut staat de aanpak daarvan in de weg. Naar mijn mening, mede gelet op onze lange banden, is het de moeite waard om van het Koninkrijk een echt succes te maken.

Prof. Mr. Pieter van Vollenhoven
Voorzitter Comité Koninkrijksrelaties

(foto’s: Rob Voss)
Previous post

Willen de echte intellectuelen opstaan... - Dick Drayer

Next post

Curaçao zegt ja!

Comité Koninkrijksrelaties

Comité Koninkrijksrelaties

No Comment

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

14 − zes =

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.