Columns, toespraken & ingezonden stukken

Raad van State viert het Koninkrijk

Excellenties, dames en heren, welkom!

Bon bini in deze Balzaal van de Raad van State; een zaal niet gebouwd voor zwaar inhoudelijke symposia en dus zullen we het vandaag met dit symposium over de koninkrijksrelaties iets lichter houden dan gebruikelijk. Daarvoor is ook alle aanleiding, want we zijn hier vandaag immers in de aanloop naar een feestdag: Koninkrijksdag; op sommige eilanden ook wel Statuutsdag genoemd.

Ik heet u allen welkom; in al uw verscheidenheid. Er zijn mensen hier die afkomstig zijn uit de wereld van politiek en bestuur, mensen uit de wereld van onderwijs en wetenschap; en mensen uit de wereld van cultuur en erfgoed. Mensen die aan het eind zijn van hun loopbaan, mensen die er middenin zitten en waar ik bijzonder blij mee ben: studenten die aan de start staan van hun werkzame leven.

Een bont gezelschap dus, divers, maar dat hoort nou juist bij Koninkrijksdag.

Morgen is volgens mij met name in Nederland de minst bekende nationale feestdag en dat is jammer. Want jaarlijks op 15 december vieren we het feit dat op die dag in 1954 in de Ridderzaal een nieuwe en unieke rechtsorde werd geschapen, waarmee de Antillen (toen nog van zes), Nederland en Suriname afspraken als gelijkwaardige partners samen verder te gaan. Eigenlijk vieren we op 15 december ook het einde van de koloniale periode, waarin de mensen op de Caribische eilanden en in Suriname geen gelijke medeburgers waren, maar ‘onderdanen’. En dat is toch echt iets anders.

Het is in dat kader opmerkelijk te memoreren dat voor de inwoners van het in 1954 nog bij Nederland horende Papoea Nieuw-Guinea de status van ‘onderdaan’ bewust gehandhaafd bleef. Onze gezamenlijke nationaliteit is dus geen toeval, maar is het gevolg van een bewuste keuze.

Een gezamenlijke nationaliteit, het Nederlanderschap. De kern van die gelijkwaardigheid zit hem niet in de staatkundige structuur of de verhouding tussen de eilanden of de landen. De kern zit in die gedeelde nationaliteit die ons allen bindt, hoe verschillend we verder ook zijn. De structuren waar wij al decennia over praten, zijn daaraan ondersteunend, niet bepalend. Het gaat bij het Koninkrijk in essentie dus niet om landen of eilanden, maar om de gelijkwaardigheid van mensen, van u en ik.

Het leek mij als net aangetreden vice-president goed om aandacht te schenken aan de viering van Koninkrijksdag. En als ik het woord ‘viering’ gebruik, dan doe ik dat heel bewust. Het Caribisch deel van het Koninkrijk draag ik heel lang in het hart. Mijn periode als minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties was daarvan het meest zichtbaar, maar ook daarvoor en daarna – bijvoorbeeld in de Eerste Kamer – heb ik de ontwikkelingen op de eilanden goed gevolgd.

En nu als vice-president van een heus koninkrijksorgaan! Voor de liefhebber: gegrondvest in artikel 13 van het Statuut, dat bepaalt dat er een Raad van State van het Koninkrijk is.

Het staatkundige Koninkrijk kennen we allemaal wel; dat krijgt voldoende aandacht. Vandaag gaat het over dat ‘andere’ Koninkrijk, dat van de burgers. Het Koninkrijk van de Caribische Nederlanders op de eilanden of dat van de mensen met een Caribische achtergrond in Nederland? Of dat Koninkrijk van Europese Nederlanders die – net als ik – ooit in contact zijn gekomen met de eilanden en daarmee hun leven hebben verdiept. Hoe ervaren zij de koninkrijksband en wat is die band eigenlijk precies?

Het onderwerp is te groot om in een uur of anderhalf te behandelen. Daarom hebben we ons vanmiddag moeten beperken tot het Koninkrijk en de interactie op het gebied van cultuur, erfgoed en onderwijs.

Drie inleiders zullen ons vanmiddag deelgenoot maken van hun inzichten.

Eerst zal prof. Gert Oostindie ingaan op de stand van het Koninkrijk op dit moment. Hoe wordt de band op de eilanden beleefd en waar is ruimte voor verbetering? Hij zal in zijn verhaal ook ingaan op de culturele samenwerking of juist het gebrek daaraan.

Als tweede spreker zal Ron Bormans ingaan op de praktijk van alledag op de Hogeschool Rotterdam, waarvan hij bestuursvoorzitter is. Hoe vergaat het zijn studenten met een Caribische achtergrond? We hopen het straks te horen. En Ron Bormans goed kennende verwacht ik een prikkelend verhaal. Ook hoop ik te horen hoe de samenwerking tussen de eilanden en Nederland kan verbeteren om zoveel mogelijk Caribisch-Nederlandse studenten een zo groot mogelijke kans van slagen te geven.

De derde spreker zal ingaan op de eerste twee en zal ook zijn eigen verhaal vertellen: Jörgen Raymann is geboren in het Koninkrijk, verruilde Suriname voor Nederland en keerde weer terug naar zijn moederland. Hij is een frequent bezoeker van de eilanden en woonde bijna op Aruba, maar verkoos uiteindelijk Almere. Dat vraagt om uitleg…

Daarna kom ik bij u terug met enkele conclusies en zal ik iemand introduceren die eigenlijk geen introductie behoeft: Izaline Calister. Maar nu geef ik graag het woord aan Gert Oostindie.

Thom de Graaf / 14 december 2018

(tekst en foto’s: Raad van State)

 

 

 

Previous post

Vonnis Gerrit Schotte door Hoge Raad bevestigd

Next post

Raymann blijft!

Comité Koninkrijksrelaties

Comité Koninkrijksrelaties

No Comment

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

vijf × vier =

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.