Volksgezondheid, natuur en milieu

Natuurorganisaties: rode kaart voor Statia

Een zonder enig overleg genomen en ongemotiveerd besluit van bestuurscollege en eilandsraad van Sint Eustatius, waarmee het unieke onderwaterpark zo ongeveer wordt gehalveerd, leidt niet alleen tot woede bij de eilandelijke natuurorganisatie Sint Eustatius National Parks (STENAPA), maar ook tot een vlammend protest van de Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA), een samenwerkingsverband van natuurorganisaties op alle zes eilanden. DCNA vindt het besluit onbegrijpelijk: “Allereerst vanwege het belang van de bescherming van de unieke onderwaterwereld rond het eiland, maar ook omdat het de economie schaadt: een onderwaterpark trekt duikers en zorgt dus voor werk en inkomen. Juist dat heeft Statia zo hard nodig!”

Thodé overhandigt zijn vlammende protestbrief aan Isabella

Glenn Thodé overhandigt zijn vlammende protestbrief aan Gilbert Isabella

Gisteren overhandigde DCNA-voorzitter dr. Glenn Thodé het protest aan Rijksvertegenwoordiger Gilbert Isabella. De brief leest als een pijnlijke les in deugdelijk bestuur voor de autoriteiten op Sint Eustatius. Op verzoek van DCNA onderstaand de integrale tekst.

Geachte heer Isabella,

 Op 29 mei 2015 heeft de gezaghebber van Sint Eustatius afgekondigd de op 28 mei jl. door de eilandsraad vastgestelde Eilandsverordening tot wijziging van het Marien Milieu.

 Deze verordening voldoet naar het oordeel van DCNA en de bij DCNA aangesloten natuurorganisaties niet aan de eisen die uit oogpunt van deugdelijkheid van bestuur aan een eilandsverordening dienen te worden gesteld. De nu gewijzigde verordening acht ik aantoonbaar in strijd met het recht en het algemeen belang en dient derhalve op basis van art 219 e.v. van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (WolBES) voor vernietiging te worden voorgedragen. 

De bestreden verordening leidt ertoe dat het beschermde onderwaterpark van Sint Eustatius met ongeveer veertig procent wordt ingekrompen en dat ook overigens in het resterende deel op geen enkele wijze handhaving plaatsvindt. Feitelijk houdt aldus het onderwaterpark op te bestaan.

Elke overheid dient zich te houden aan de geschreven en ongeschreven algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Een zorgwekkend aantal daarvan is door het openbaar lichaam Sint Eustatius formeel en materieel met voeten getreden.

Er is strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. De overheid moet een besluit zorgvuldig voorbereiden en nemen. Dat impliceert een correcte behandeling van de belanghebbenden en betrokkenen en het impliceert zorgvuldig onderzoek naar de feiten en belangen. Van een dergelijk onderzoek is niet gebleken en van een correcte behandeling was dan ook geen sprake.

Ook het vertrouwensbeginsel is met voeten getreden. Een door de overheid lang geleden ingesteld en aanhoudend geprezen onderwaterpark brengt met zich mee dat betrokkenen en belanghebbenden erop mogen vertrouwen dat zo een park niet plotseling wordt gehalveerd.

Zowel het bestuurscollege als de eilandsraad hebben zich niet gehouden aan het motiveringsbeginsel. De overheid moet zijn besluiten goed motiveren : de feiten moeten kloppen en de motivering moet logisch en begrijpelijk zijn. Ik zie geen motivering om het park te halveren; althans geen inhoudelijke en dus per definitie geen overtuigende.

Genoemde verordening is voorts in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. De overheid moet zijn besluiten zó formuleren dat de burger precies weet waar hij aan toe is of wat de overheid van hem verlangt. Daarvan is geen sprake: de overheid van Sint Eustatius lijkt willekeurig maar ‘wat te doen’.

In dat kader speelt ook schending van het evenredigheidsbeginsel. De overheid moet ervoor zorgen dat de lasten of nadelige gevolgen van een overheidsbesluit voor een burger niet zwaarder zijn dan het algemeen belang van het besluit. En omdat ook op een andere manier iets aan de inkomsten c.q. havengelden kon worden gedaan is deze ingreep disproportioneel. 

Tot slot is er nog het fair-play-beginsel. De overheid moet zich onpartijdig opstellen bij het nemen van een besluit en moet de noodzakelijke openheid en eerlijkheid in acht nemen. De wijze waarop de onderhavige verordening (en de verwante verordening inzake de havengelden) in hoog tempo zijn vastgesteld doet mij concluderen dat van openheid en eerlijkheid geen sprake is geweest.

Namens DCNA verzoek ik u dan ook genoemde eilandsverordening ter vernietiging voor te dragen of anderszins te bewerkstelligen dat de oude situatie ten aanzien van de grenzen van het onderwaterpark wordt hersteld .

DCNA blijft overigens te allen tijde beschikbaar voor overleg met het bestuurscollege van Sint Eustatius om te bezien of en op welke wijze de gewenste inkomstenverhoging op verantwoorde manier kan worden gerealiseerd.

Een kopie van deze brief gaat naar de vaste commissies voor koninkrijksrelaties in beide Kamers der Staten-Generaal, de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het bestuurscollege en de eilandsraad van Sint Eustatius, alsmede aan de bij DCNA betrokken natuurorganisaties in het Koninkrijk.

Met bijzondere belangstelling zie ik uit naar uw reactie.

Hoogachtend,

de voorzitter van de Dutch Caribbean Nature Alliance

Glenn Thodé

 

Previous post

How can we shape a better future for the Curacao tourism industry? - Emsley Tromp

Next post

Financiële relaties in het Koninkrijk. Na tien jaar: de reality check - Mito Croes

Comité Koninkrijksrelaties

Comité Koninkrijksrelaties

No Comment

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

achttien − 12 =

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.