Uitgelicht

Koninkrijk op tafel

Vandaag heb ik een groep Fransen uitgezwaaid die na een week Nederland nog steeds verbijsterd waren over de drop en de boerenkool. Evenzeer van slag waren ze van de Nederlandse lunch: een broodje kaas en een glas (karne)melk, die je in ongeveer 25 minuten moet wegknabbelen. Niks glaasje wijn; nergens een warme lunch; en niks twee uur aan tafel.
Inmiddels is men de Franse grens gepasseerd en zal men wel uitgelachen (of uitgehuild) zijn…

Op Guadeloupe, Martinique, St-Barths en St-Martin zie je hoe de Caribische en Franse keukens zich vermengen. Elke verstandige bezoeker aan Sint Maarten / Saint-Martin ontwijkt de vele Amerikaans ogende fast food restaurants en spoedt zich rond zonsondergang naar het goddelijk aan de Caribische zee gelegen dorpje Grand Case.

Er zijn hele mooie restaurants voor speciale momenten (Le Tastevin staat nog steeds aan de top) en er zijn restaurants waar je iets meer informeel met je voeten in het zand kunt zitten (Calmos Café is mijn favoriet en niet alleen van mij: reserveren is raadzaam).

Eigenlijk is Grand Case niet veel meer dan een lange straat aan zee vrijwel geheel gevuld met uitstekende restaurants. Op tafel vind je al het smakelijke van het Caribisch gebied: verse kreeft, zalige vis, oogverblindend fruit, bijzondere groenten etc. En al het mooie van de Franse keuken, inclusief de wijnkaart…
(neem wel extra euro’s mee, verhoog de limiet op je creditcard of vind een sponsor!!)

Van de Franse Cariben winnen we het culinair nooit, maar er is wel degelijk culinaire ‘fusion’ tussen Nederland en de Caribische eilanden, met name dan de benedenwindse: Aruba, Bonaire en Curaçao.
Nu zullen er vast mensen zijn die boerenkool met rum mengen en daarvan genieten, maar dat bedoel ik niet. Evenmin bedoel ik vanille-ijs met een klein scheutje Blue Curaçao: lekker, maar te makkelijk.

Wat wel? Ik vond twee recepten voor het meest typische koninkrijksgerecht: Keshi Yená, ofwel gevulde kaas. Volgens sommigen is het Arubaans (recept 1); volgens anderen Curaçaos (recept 2). En volgens iedereen heel lekker!

De eerste keer dat ik het at, is inmiddels alweer 25 jaar geleden en ik herinner me heel goed de bijzondere combinatie van kaas, kip en rozijnen. Overigens moet ik u wel waarschuwen: het smaakt naar meer en hoort nou niet bepaald tot de gerechten in de categorie ‘light’…

De vulling kan van alles zijn: kip, gehakt, vis (of hou het vegetarisch), uit, paprika, tomaat, mais, knoflook en in elk geval iets zoetigs, zoals rozijnen en pruimen. Piccalilly doet het ook prima, evenals een scheutje ketjap.

Maar de kaas maakt het Nederlands (probeer het dus zeker niet met brie of camembert: neem Hollandse kaas en dat mag jong of wat ouder zijn). Experimenteer gerust met de vulling: ideale manier om zo nu en dan je koelkast goed leeg te krijgen.

Ik moet toegeven dat het gerecht niet altijd goddelijk oogt, dus zorg voor een aantrekkelijke garnering op het bord. En wat er volgens mij in elk geval ook altijd bijhoort is gebakken bakbanaan (Papiaments: banana hasá).

Zullen we afspreken dat we het voortaan elke Koninkrijksdag (15 december) op tafel zetten?

Duuuuushiiii!!!

Ron van der Veer

 

Nog meer recepten uit de Antilliaanse keuken zijn te vinden via deze link naar een leuke site. Enjoy!
Vorige bericht

'Meer ruimte voor zelfbestuur; zoals het Britse model'

Volgende bericht

Tussenstation - Elodie Heloise

Comité Koninkrijksrelaties

Comité Koninkrijksrelaties

Geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

14 − vier =