Economie en werk

Kleine eilanden, grote uitdagingen: Curaçao

In opdracht van de Tweede Kamer hebben de economen drs. Koert van Buiren en drs. Matthijs Gerritsen van het Economisch Bureau Amsterdam gedurende enkele maanden onderzoek gedaan het Caribisch deel van het Koninkrijk in regionaal perspectief. Hoe presteren de zes eilanden economisch, welke kansen zijn er en welke oplossingen moeten ze kiezen?

De studie is uitgevoerd voordat de corona-crisis de wereld op zijn kop zette, maar waar mogelijk is met de effecten van de huidige crisis toch rekening gehouden. Onderstaand kunt u het hele rapport downloaden.

Uit ‘Kleine eilanden, Grote uitdagingen’ blijkt dat er zich op de eilanden in het afgelopen decennium een stille crisis met nagenoeg geen welvaartsgroei heeft voltrokken. Oorzaken hiervan zijn onder meer natuurrampen en economische tegenspoed, een laag concurrentievermogen en hoge overheidsschulden. De coronacrisis komt hier bovenop.

Uitvoering van een breed hervormingsprogramma, gericht op arbeidsmarkt, ondernemersklimaat, kapitaalmarkt, (kosten van de) publieke sector, zorg en sociale zekerheid, kan de landen economisch weerbaarder en veerkrachtiger maken.

Het rapport wordt besproken in de Tweede Kamer op 19 mei 2020, tijdens een overleg dat gewijd is aan de steunverlening vanuit Nederland aan de Caribische delen van het Koninkrijk.

De komende week zal ik de kern van de conclusies van het rapport hier samenvatten. Vandaag beginnen we met het grootste eiland: Curaçao!

straatbeeld in Willemstad
(foto: Tweede Kamer)

De economische vooruitzichten voor Curaçao zijn ongunstig.

Nog voor de uitbraak van de Corona crisis voorzag het IMF dat Curaçao na een voorzichtig herstel in 2021, het lage groeipad van de afgelopen decennia zou hervatten. Daarbij werd nog uitgegaan van herstart van de raffinageactiviteiten. De lage groeiverwachting weerspiegelt de zwakke productiviteitsontwikkeling en het bestaan van structurele problemen die ontwikkeling van de economie van Curaçao in de weg staan.

Inmiddels ziet het toekomstbeeld voor Curaçao er nog somberder uit. De Corona crisis slaat een fors gat in de economie en de overheidsfinanciën. Met de Corona crisis is ook de herstart van de raffinageactiviteiten vertraagd, zelfs onzeker geworden.

Hogere overheidsschuld, hogere werkloosheid, en het niet of vertraagd opstarten van de raffinaderij maken het aannemelijk dat Curaçao als gevolg van de Corona crisis op een lager groeipad terecht komt dan voor Corona werd voorzien. De voortdurende crisis in Venezuela vormt daarbij een extra en een majeure onzekerheid.

Curaçao heeft een omvangrijk onbenut economisch potentieel

De economische groeipotentie van Curaçao ligt boven het groeipad dat het land de afgelopen decennia heeft gevolgd. Volgens Het IMF is op Curaçao sprake van een ‘negative output gap’ een verschil tussen huidige en potentiële economische groei van circa 2 procent.

Al in 2013 becijferde een TAC-studie dat een structureel groeipad van 2,5 tot 3 procent BBP groei voor Curaçao haalbaar is. Er is derhalve sprake van een omvangrijk onbenut economisch potentieel. De volgende maatregelen zijn nodig om het economisch potentieel van Curaçao te benutten.

Structurele hervormingen zijn noodzakelijk

Overbodige regelgeving, ‘red tape’ , verouderde en restrictieve arbeidsmarktwetgeving, mismatch tussen onderwijs en arbeidsmarkt, hoge energiekosten, en een weinig stimulerend ondernemersklimaat, vormen structurele belemmeringen voor economische groei.

Structurele hervormingen worden zonder uitzondering, en reeds lange tijd, als urgent en noodzakelijk gezien om deze belemmeringen voor welvaartsontwikkeling weg te nemen. Zonder hervorming van de arbeidsmarkt, het ondernemersklimaat, de kapitaalmarkt en de zorg, kan geen structurele welvaartsgroei worden gerealiseerd.

De Groeistrategie van Curaçao ziet toe op structurele hervormingen en benoemt de hervormingsterreinen die het meest urgent aanpak vereisen. Er zijn enkele stappen gezet, zoals de implementatie van mededingingswetgeving, de ontwikkeling van grondbeleid en nieuwe (concept)wetgeving waarmee besparingen in de zorg worden gerealiseerd.

Andere cruciale hervormingen zijn vooralsnog uitgebleven en deze verdienen urgente aandacht, zoals het verbeteren van het ondernemersklimaat, de voorgenomen MDW-operatie, het optimaliseren van het vergunningenstelsel, de hervorming van de arbeidsmarkt, de hervorming van de kapitaalmarkt en uitvoering van maatregelen om de zorg en sociale zekerheid betaalbaar te houden.

De Corona-crisis maakt deze hervormingen nu nog urgenter; de verouderde economische wet- en regelgeving belemmert en vertraagt het herstel. Economische hervormingen zijn complex en het vergt tijd voordat effecten gevoeld worden. Van belang is dat het hervormingsprogramma met prioriteit wordt uitgevoerd.

Met de relatief (in Caribisch perspectief) sterke instituties waarover Curaçao beschikt, kan het land met deze structurele economische hervormingen een sterke concurrentiepositie verwerven met een internationaal aantrekkelijk investeringsklimaat.

Schuld beheersen met ruimte voor effectieve schuldpolitiek

De ontwikkeling van de schuldquote van Curaçao is zorgwekkend: door aanhoudende financieringstekorten en economische krimp is de schuldquote boven de kritische grenswaarde van het IMF van 55 procent uitgekomen.

De effecten van een hoge, oplopende schuldquote zijn voor Curaçao (en voor Sint Maarten) anders dan voor andere Caribische landen. De lage rente die Curaçao betaalt vanwege de lopende inschrijving van Nederland impliceert dat rentelasten momenteel nauwelijks ten koste gaan van publieke uitgaven. De negatieve effecten van de oplopende schuldquote van Curaçao (en van Sint Maarten) zijn daardoor momenteel minder groot.

Daar staat tegenover dat wanneer de Nederlandse kapitaalmarktrente in de toekomst zou stijgen, en leningen geherfinancierd moeten worden, de opgelopen schuldquote als een hefboom kan werken met stijgende rentelasten.

Een ander gevolg van de lopende inschrijving van Nederland is dat de ‘prijs’ (rente) van kapitaal verstoord is en de onderliggende schaarste en risico op de kapitaalmarkt niet meer goed weerspiegelt. Dit zorgt voor een verstoring van de lokale kapitaalmarkt, impliceert een beperking van beleggingsmogelijkheden voor lokale financiers, en leidt tot overliquiditeit.

De Rijkswet financieel toezicht ( Rft ) kent onder meer een rentelastnorm en een plicht om een sluitende begroting op de gewone dienst te hebben. Ontstane tekorten op de gewone dienst, of overschrijdingen van de rentelastnorm, dienen gecompenseerd te worden met overschotten.

De rentelastnorm is beperkt effectief vanwege de lage rente die Curaçao als gevolg van de lopende inschrijving van Nederland betaalt.

De plicht tot een sluitende begroting en de tekortcompensatie, impliceren een inperking van het beleidsinstrumentarium. Dit heeft enerzijds tot voordeel dat het disciplineert tot beheersing van de overheidsfinanciën.

Anderzijds neemt het de ruimte weg om economische recessies en crises te bestrijden. Vanwege de vaste koppeling van de Antilliaanse gulden aan de dollar kan begrotingsbeleid in kleine, open economieën als Curaçao, Aruba en Sint Maarten een effectief instrument zijn om de economie te stimuleren in economische laagconjunctuur, en te dempen in hoogconjunctuur. De plicht tot een sluitende begroting en de tekortcompensatie beperken de inzet van dit beleidsinstrument.

Een wettelijke schuldquotenorm, met ruimte om tekorten te belopen tijdens laagconjunctuur, en strikte regels om overschotten te realiseren tijdens hoogconjunctuur verdient aanbeveling. Het stelt de overheid beter in staat om economische crises het hoofd te bieden en is gericht op houdbare overheidsfinanciën op lange termijn.

Het IMF adviseert een schuldquotenorm van 40 procent, ruim onder de kritische grenswaarde van 55 procent. Een schuldquote van 40 procent komt overeen met de gemiddelde schuldquote van ‘opkomende markten’, van ‘middle income’ landen en van landen met vergelijkbare kredietbeoordeling als Curaçao (en Sint Maarten).

Verhogen effectiviteit en efficiency overheidsapparaat

Beperkte effectiviteit van het overheidsapparaat belemmert beleidsimplementatie. Er worden goede plannen ontwikkeld, maar deze komen slechts in beperkte mate tot uitvoering. Tekort aan voldoende (kwaliteit van) data vormt een belemmering voor adequate beleidsanalyse en monitoring. Betere planning, institutionaliseren van uitvoering van beleid en het oplossen van IT problemen dragen bij aan verbetering van beleidsimplementatie.

Circa een kwart van alle werknemers van Curaçao werkt in de publieke sector. De loonkosten van de publieke sector bedragen 12,5 procent van het BBP en zijn daarmee hoog in vergelijking met andere Caribische landen.

Het terugdringen van de loonkosten in de publieke sector resulteert in een forse besparing en in financiële ruimte voor productieve publieke uitgaven. Dit kan gerealiseerd worden door een combinatie van natuurlijk verloop, een vacaturestop en herziening van arbeidsvoorwaarden.

Voorts is van belang dat de in de Groeistrategie voorgenomen hervorming van het overheidsapparaat wordt uitgevoerd.

Samenwerking binnen het Koninkrijk: hogere efficiency, hogere kwaliteit en lagere administratieve lasten

Kwaliteit en efficiency in uitvoering van overheidstaken kunnen worden verhoogd door bepaalde overheidstaken in samenwerking met de partners binnen het Koninkrijk uit te voeren. De meeste overheidstaken worden nu door de Caribische landen en door Caribisch Nederland zelfstandig uitgevoerd.

Samenwerking in de uitvoering biedt de mogelijkheid om taken efficiënter uit te voeren (schaalvoordelen), kwaliteit te verhogen (‘best practices’, kennisdeling) en administratieve lasten voor bedrijven en burgers te verlagen. Voorbeelden van potentiële samenwerkingsgebieden zijn transport & connectiviteit, handel & douane, belastingen, economische regulering & mededinging, gezondheidszorg, hoger onderwijs, etc.

Samenwerking met Nederland en toegang tot financiering

Evenals voor de Caribische regio als geheel geldt dat Curaçao als klein land grote uitdagingen heeft op het gebied van economie, de financiële sector, overheidsfinanciën en duurzaamheid. Zonder ondersteuning en hulp van internationale partners kan het land de problemen op deze terreinen niet oplossen.

De in het Groeiakkoord overeengekomen ondersteuning door Nederland zou de opmaat kunnen zijn naar een meerjarige, intensieve samenwerking tussen Curaçao en Nederland. Hierbij is van belang dat beleidsmatige en uitvoeringstechnische ondersteuning, en toegang tot financiering wordt geboden, wat nodig is om de nodige verbeteringen te realiseren en het economisch potentieel van Curaçao te benutten.

Previous post

Rode Kruis coördineert voedselhulp

Next post

Kris Berry: gewoon fantastisch!

Comité Koninkrijksrelaties

Comité Koninkrijksrelaties

No Comment

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

2 × twee =

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.