Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden regelt de staatkundige relatie tussen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Deze vier landen vormen samen het Koninkrijk der Nederlanden. Het Statuut is de hoogste juridische basisregeling voor het Koninkrijk. De Nederlandse Grondwet is aan het Statuut ondergeschikt, evenals de Staatsregelingen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

15 december 1954: Koningin Juliana in de Ridderzaal tekent het Statuut

Het Statuut werd op 15 december 1954 plechtig afgekondigd in de Ridderzaal en gold destijds voor drie landen: Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen (inclusief Aruba).

Het denken over de filosofie achter het Statuut begon aan Nederlandse zijde al tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het was duidelijk dat de koloniale verhoudingen van voor de oorlog niet meer vanzelfsprekend zouden zijn als Nederland en Nederlands-Indië bevrijd zouden zijn. Zoals bekend koos Indonesië in 1945 echter vrijwel meteen voor onafhankelijkheid.

Suriname werd enkele decennia later – in november 1975 – ook onafhankelijk en verliet daarmee het Koninkrijk. Het Statuut gold vervolgens voor Nederland en de (toen nog zes) Nederlandse Antillen.

Sinds 1986 gold het Statuut opnieuw voor drie landen: Aruba verliet het gezamenlijke Antilliaanse staatsverband (maar bleef dus binnen het Koninkrijk) en nam sindsdien als land een gelijkwaardige plaats in naast Nederland en de afgeslankte toenmalige Nederlandse Antillen (gevormd door de vijf eilanden Curaçao, Bonaire, Sint Maarten, Saba en Sint Eustatius).

Een tevreden minister-president van de Nederlandse Antillen, Emily de Jongh-Elhage en adviseur Etienne Ys na de onderhandelingen over ’10-10-10′

Op 10 oktober 2010 werden de staatkundige verhoudingen binnen het Koninkrijk wederom gewijzigd en sindsdien zijn ook Curaçao en Sint Maarten een land binnen het Koninkrijk. Bonaire, Saba en Sint Eustatius zijn, als openbaar lichaam (veelal vertaald naar ‘bijzondere gemeente’), rechtstreeks onderdeel van Nederland.

De onderwerpen die op het niveau van het Koninkrijk worden behartigd, de  zogeheten koninkrijksaangelegenheden, worden in artikel 3 van het Statuut genoemd. Buitenlandse zaken en defensie zijn daarbij de meest in het oog springende.

Alle andere onderwerpen zijn autonome landsaangelegenheden, waarbij samenwerking tussen de landen en met Nederland mag, maar niet hoeft: de Caribische landen zijn ter zake autonoom.

Het Statuut bevat overigens wel bepalingen over deze onderlinge bijstand en samenwerking, onder meer in artikel 38. In de praktijk vindt er op grote schaal vrijwillige samenwerking plaats, zowel op nationaal niveau als via provincies en gemeenten.

Evenzeer tevreden blikken bij de Nederlandse delegatie, onder leiding van staatssecretaris Ank Bijleveld en minister Ernst Hirsch Ballin

De autonomie van de Caribische landen is groot, maar niet absoluut. Het Koninkrijk als geheel kan in zeer uitzonderlijke omstandigheden als de rechtszekerheid of de deugdelijkheid van het bestuur in het geding zijn tijdelijk ‘ingrijpen’ in bepaalde bevoegdheden van een Caribisch land. Hierbij gaat het vooral om artikel 43 van het Statuut.

Elk van de landen is op grond van artikel 43 van het Statuut verplicht zorg te dragen voor de verwezenlijking van de rechten van de mens, de rechtszekerheid en de deugdelijkheid van het bestuur.

Het Koninkrijk is belast met het waarborgen daarvan (art. 43 lid 2).

Dit tweede lid geeft het Koninkrijk als geheel een laatste mogelijkheid om bij te sturen als iets geheel uit de hand is gelopen en het onwaarschijnlijk is dat het betreffende land zelf het probleem zal kunnen oplossen. Het Statuut gebiedt dat een dergelijke ingreep tijdelijk en proportioneel moet zijn en dat bovendien de Raad van State van het Koninkrijk vooraf om advies moet worden gevraagd.

Hoewel er enkele malen vanuit Den Haag is gedreigd met het inzetten van dit middel, is dat nog nooit gebeurd.

Met het Statuut werd het koloniale tijdperk afgesloten. Onderdanen werden staatsburgers. Alleen al daardoor heeft het document voor velen – met name op de eilanden – vaak een emotionele waarde.

De Raad van State van het Koninkrijk heeft op meerdere momenten geconstateerd dat het Statuut beter benut kan worden. Dat geldt voor het stimuleren van samenwerking, maar het geldt evenzeer voor het via het Koninkrijk rechtzetten van zaken die blijvend scheef zijn gegroeid. Naar het oordeel van de Raad van State is het effectiever en efficiënter het bestaande Statuut beter te benutten, dan veel energie te steken in het nadenken over een geheel nieuwe tekst.

Prof. mr. Pieter van Vollenhoven heeft als voorzitter van dit Comité aangegeven dat het Statuut zou moeten worden uitgewerkt en aangevuld met praktische doelstellingen (voor de burgers) en concrete spelregels. De tekst van het Statuut is op onderdelen nu te weinig concreet en daardoor vaak voor velerlei uitleg vatbaar.

Ook pleit hij voor een heldere alomvattende geschillenregeling. Die is er nu alleen bij het financieel toezicht, waar de Raad van State tot ieders tevredenheid geschillen behandelt. Het Statuut ken overigens sinds 2010 een artikel (12a) dat een geschillenregeling mogelijk maakt. De landen zijn het echter nog niet eens over de invulling van een dergelijke regeling.

Het Statuut, dat in december 2014 zestig jaar bestond, kan alleen worden gewijzigd als alle vier de landen daarmee instemmen. Alleen al daardoor lijkt het niet te verwachten dat het document in de nabije toekomst substantieel zal worden aangepast.

Klik hier voor de volledige tekst van het Statuut (actuele versie van na 10-10-10).