De geschiedenis van het Koninkrijk gaat natuurlijk veel verder terug dan 1954 en is door velen uitvoerig beschreven. Voor een eerste en algemene kennismaking verwijs ik via deze link naar Wikipedia. De lezer die vervolgens nog meer wil weten, kan bijvoorbeeld op zoek gaan naar de gezaghebbende publicaties van prof. Gert Oostindie uit Leiden (klik hier).

Al meer dan zestig jaar vrijwillig verbonden

Bewoners en bezoekers van Curaçao passeren in de auto regelmatig het Statuut- of Autonomiemonument aan het begin van de Rijkseenheidboulevard. Dit monument [1], dat koningin Juliana in 1955 tijdens haar eerste bezoek aan de eilanden als staatshoofd onthulde, laat zes met elkaar verbonden uitvliegende vogels zien en is getooid met de spreuk ‘Steunend op eigen kracht, doch met de wil elkander bij te staan’.

Statuut- of Autonomiemonument te Willemstad

Deze door Koningin Wilhelmina in december 1942 (vanuit Londen voor Radio Oranje) uitgesproken ambitie voor een vernieuwd Koninkrijk vormt de basis van het in 1954 afgekondigde Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden. Met het Statuut eindigde de koloniale periode, die in de zeventiende eeuw begon en zich liet kenmerken door slavernij en onderdrukking.

Koningin Wilhelmina in ballingschap

Maar een ambitieuze radioboodschap, een spreuk op een monument of plechtige woorden in het Statuut nestelen niet vanzelf in de harten en hoofden van mensen.

Hare Majesteit Koningin Juliana bekrachtigt op 15 december 1954 in de Ridderzaal te Den Haag met haar handtekening het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden

Koningin Juliana bekrachtigt 15 december 1954 in de Ridderzaal met haar handtekening het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden

In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw leefde het Koninkrijk nauwelijks. Niet onbemind, maar vooral onbekend. Neerland was druk bezig met de eigen wederopbouw (inclusief de verwerking van het verlies van Indië) en voor de zes Caribische eilanden (en Suriname) was het Nederland van de wederopbouw  letterlijk en figuurlijk ver weg (we zouden bijna vergeten dat dagelijkse en rechtstreekse luchtverbindingen relatief nieuw zijn).

Een handvol Caribische Nederlanders studeerden in Nederland om na afronding van hun studie uiteindelijk weer terug te keren naar hun eiland. Met name twee eilanden – Curaçao en Aruba – kenden als gevolg van de olieraffinage veel welvaart, hoewel de verdeling daarvan ongelijk was. De andere eilanden – Sint Maarten telde in 1960 slechts een paar duizend inwoners – waren dunbevolkt, redelijk zelfvoorzienend (hoewel vaak arm) en feitelijk geheel autonoom van Willemstad of Den Haag.

Het aantal Europese Nederlanders in de West was evenzeer gering. Leidinggevend Shell-personeel, een handvol bestuursambtenaren en militairen van de Koninklijke Marine waren op Curaçao gedetacheerd. Op Aruba was het aantal mensen van buiten (Esso) gering. En een aantal Rooms-katholieke broeders, fraters en zusters (uit Schijndel, Tilburg, Roosendaal, Dongen en Voorschoten) was met name op Curaçao, Aruba en Sint Maarten actief in het onderwijs, de gezondheidszorg en de ouderenzorg.

Onafhankelijkheid of toch maar niet?

Betico Croes, inspirerend en strategisch politiek leider van Aruba in de jaren tachtig

Betico Croes, inspirerend politiek leider van Aruba in de jaren tachtig

Vanaf begin jaren zeventig werd als gevolg van de mondiale dekolonisatie-golf door  Nederland aangedrongen op een staatkundig afscheid van de eilanden. Volkenrechtelijke onafhankelijkheid werd gezien als een logische uitkomst van de betreurenswaardige periode van kolonisatie.

De Nederlandse regering streefde ernaar ook op de soevereiniteitsoverdracht aan de Nederlandse Antillen te regelen. De Antilliaanse regering zat echter geenszins te wachten op de onafhankelijkheid. Dit gold ook voor Aruba: los van Nederland wilde men daar niet, maar los van de Nederlandse Antillen (lees: Curaçao) zeker wel.

Het streven onafhankelijk te worden van de Nederlandse Antillen ontstond al in de jaren dertig, maar kwam in de jaren zeventig en tachtig onder leiding van Betico Croes in een stroomversnelling[2]. Ondanks dat zowel Nederland als het eilandgebied Curaçao hier in eerste instantie afwijzend tegenover stond, kreeg Aruba op 1 januari 1986 de status aparte binnen het Koninkrijk.

Het idee dat de Nederlandse Antillen onafhankelijk van Nederland moesten worden werd rond 1990 vervangen door het besef dat onafhankelijkheid van de resterende Caribische rijksdelen niet haalbaar was. Nieuwe inzichten zoals de negatieve ontwikkelingen in de Republiek Suriname sinds 1975 en de Antilliaanse en Arubaanse tegenstand tegen onafhankelijkheid hebben ertoe bijgedragen dat de koninkrijksbanden voor onbepaalde tijd werden herbevestigd.

Dennis Richardson, in 2014/2015 Minister van Justitie van Sint Maarten en in de jaren negentig daar als gezaghebber al werkend aan integer goed bestuur

De jaren negentig stonden in het kader van het verstevigen en vernieuwen van de staatkundige banden tussen de Nederlandse Antillen, Aruba en Nederland. Als snel bleek dat de verhoudingen echter allerminst onproblematisch waren. Mede door de toenemende mate van (vermeende) criminaliteit in de Nederlandse Antillen (met name op Curaçao en Sint Maarten) hielden de Nederlandse regering en Tweede Kamer zich steeds meer bezig met het eigen beleid in de Nederlandse Antillen.

De nadruk in de relaties kwam vooral te liggen op de problemen: de onhoudbare overheidsfinanciën, de florerende drugshandel, onvoldoende deugdelijk bestuur.

Zo greep het Koninkrijk met steun van de centrale regering te Willemstad in 1993 in op Sint Maarten, waar volgens de Nederlandse en Antilliaanse regering sprake was van grootschalige corruptie en een fors uit de hand gelopen financieel-bestuurlijke crisis.

Ook de aanhoudend slechte situatie in de gevangenis Koraal Specht (later: Bon Futuro) op Curaçao zorgde voor meer Nederlandse bemoeienis.

Miquel Pourier, de bevlogen Bonairiaan die op Curaçao als aimabele Minister-president van de Nederlandse Antillen in de eerste helft van de jaren negentig uiteindelijk tevergeefs streed voor behoud van de Antillen van Vijf

Miquel Pourier, de Bonairiaan die op Curaçao als minister-president in de eerste helft van de jaren negentig uiteindelijk tevergeefs streed voor behoud van de Antillen van Vijf

In de tweede helft van de jaren negentig nam het emigratiesaldo van Antillianen naar Nederland sterk toe, tot zesduizend of meer per jaar. Vrijwel allemaal kansarm en afkomstig uit Curaçao.

Een relatief groot deel van de migranten bestond uit ongeschoolde en slecht Nederlands sprekende jongeren, die in Nederland vaak tussen wal en schip terechtkwamen en in veel gevallen uiteindelijk in de criminaliteit eindigden[1].

Zowel de publieke opinie als een groeiend deel van de politiek keerden zich eind jaren negentig en in het eerste decennium van deze eeuw steeds duidelijker tegen de aanwezigheid van deze groep (Antilliaanse) Nederlanders in Nederland.

De politiek-bestuurlijke relaties tussen de Nederlandse Antillen Nederland verslechterden. Voor het eerst in de recente geschiedenis gingen er op zowel Curaçao als op Sint Maarten stemmen op voor lossere banden en op termijn onafhankelijkheid. Dit idee werd en wordt ook in Nederland door een aantal politieke partijen ondersteund. Ook de onderlinge interbestuurlijke verhoudingen tussen de vijf Antilliaanse eilanden verliepen moeizaam. Het overkoepelende land Nederlandse Antillen werd zowel op de eilanden als in Nederlanden meer gezien als deel van het probleem dan als deel van de oplossing.

Toch maar niet!

Uiteindelijk was het Ank Bijleveld die als Nederlandse staatssecretaris voor Koninkrijksrelaties in 2010 de staatkundige herstructurering succesvol afrondde

Op 2 november 2006 werd een akkoord gesloten tussen Nederland en de eilandgebieden Curaçao en Sint Maarten, waarin werd vastgelegd dat de twee eilanden een status aparte binnen het Koninkrijk zouden gaan krijgen, waarbij de staatkundige positie van Aruba als startpunt werd aangehouden. De intentie was om de Nederlandse Antillen in 2008 te ontbinden, waarbij de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba elk als een soort bijzondere gemeente deel van Nederland zouden worden.

Uiteindelijk heeft de ontmanteling van de Nederlandse Antillen op 10 oktober 2010 plaatsgevonden. Sindsdien bestaat het Koninkrijk der Nederlanden uit de autonome landen Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten. De eilanden Bonaire, Saba en Sint Eustatius zijn op 10 oktober 2010 als ‘Caribisch Nederland’ deel van het land Nederland geworden.

Een ingrijpende staatkundige operatie is daarmee afgerond. Het staatkundige Koninkrijk oude stijl bleek niet in staat te zijn de uitdagingen van de 21e eeuw aan te kunnen. Het staatkundig hernieuwde Koninkrijk moet zich nu gaan bewijzen. Uiteindelijk zal het daarbij niet gaan om bepalingen over autonomie of toezicht, maar om de vraag of alle overheden in dat Koninkrijk bijdragen aan de kwaliteit van het bestaan van de burgers in de verschillende landen. Zonder een inhoudelijke visie op dat Koninkrijk en op dat wat men ervan mag verwachten zal dit moeilijk worden.

 


[1][1] Ontworpen door de Nederlandse architect ing. Jacob Fresco (1911-1990)

[2] G. Oostindie & I. Klinkers; Het Koninkrijk in de Caraïben. Een korte geschiedenis van het Nederlandse dekolonisatiebeleid 1940-2000 (Amsterdam University Press, 2001)