Overheid en politiek

Gemeente Amsterdam maakt Koninkrijk concreet

De gemeente Amsterdam heeft al vele jaren geleden afscheid genomen van de ongeveer dertig vaak slechts ‘papieren’ stedenbanden. Amsterdam is al eeuwen een multiculturele stad en werkt ook nu veel en intensief samen met de rest van de wereld, maar de gemeente probeert die inzet te concentreren op een aantal landen waarmee samenwerken wederzijds voordeel oplevert. Daarbij gaat het onder meer om de herkomstlanden van vele groepen Amsterdammers. Curaçao en Sint Maarten horen daar sinds augustus 2007 bij. Om de samenwerking zo effectief mogelijk te maken, wordt er gewerkt met projecten: 15 met Curaçao en 14 met Sint Maarten. Vele Amsterdamse deskundige uitvoerders zijn voor een korte tijd op de eilanden actief: Bureau Integriteit, de GGD, het Bureau Monumenten en Archeologie en de Dienst Ruimtelijke Ordening, de Dienst Persoonsgegevens en de Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling. Maar ook Amsterdamse organisaties zoals Arkin en het ROC van Amsterdam. In totaal gaat het om een twaalftal instellingen uit Amsterdam. De Amsterdamse beleidsambtenaren merken op dat beide partners binnen de samenwerking de onkosten hoofdzakelijk zelf betalen. Het gaat vooral om wederzijdse uitwisseling van kennis en ervaring. De Vereniging Nederlandse Gemeenten stelt soms stage vergoeding beschikbaar en derden financieren in sommige gevallen mee (USONA). Een beetje gek is dat wel: voor samenwerking buiten het Koninkrijk zijn er vaak meer subsidie mogelijkheden. Aan de andere kant geeft dit ook aan dat zowel Amsterdam als de landen Curaçao en Sint Maarten de samenwerking op prijs stellen. De internationale samenwerking is voor de gemeente Amsterdam ook onderdeel van het eigen personeelsbeleid. Gerard Pieters en Arnold van den Broek – laatstgenoemde woonde en werkte medio jaren negentig enige jaren op Sint Maarten – zijn op het stadhuis heel uitgesproken: “De kennis van de eigen organisatie elders in een andere omgeving en cultuur toepassen is voor Amsterdam heel leerzaam en verhoogt de expertise binnen de eigen gemeentelijke organisatie. Daarnaast wordt de gemeente als werkgever een stuk interessanter als medewerkers ook buitenlandse ervaring kunnen opdoen en dit zal een steeds belangrijker punt in de personeelswerving worden”. Het gaat Amsterdam in elk geval niet om liefdadigheid of ontwikkelingswerk: “We gaan als gelijkwaardige partners met elkaar om.” Die gelijkwaardigheid betekent dus ook dat een project stopt als het niet goed loopt. Hoewel dat met de Antillen nog niet is gebeurd, is dat in andere landen wel voorgekomen. Ondanks de grondige voorbereiding kan het altijd toch net iets anders lopen. Het blijft mensenwerk. Het Amsterdamse bureau internationale betrekkingen, met ongeveer 2,5 formatieplaats, heeft in de afgelopen tien jaar een kleine tweehonderd projecten in een twaalftal landen gecoördineerd, maar een paar zijn hen extra dierbaar. Zo is er het project op Curaçao en Sint Maarten waarbij Amsterdam (Bureau Monumenten en Archeologie van het Stadsarchief) in samenwerking met het Nationaal Archeologisch en Antropologisch Museum (NAAM) heeft geholpen bij het maken van digitale archeologische waardekaarten van Curaçao en Sint Maarten. Deze kaarten zijn niet alleen van belang voor archeologisch onderzoek, maar geven ook informatie voor een ieder die op het eiland bezig is met ruimtelijke ordening en projectontwikkeling, zowel binnen als buiten de overheid. Binnenkort moeten de samenwerkingsovereenkomsten met zowel Curaçao als Sint Maarten worden verlengd. Amsterdam en de eilanden zijn al in gesprek over de onderwerpen die voor de komende periode mogelijk en gewenst zijn. Maar dat er een volgende periode komt, lijkt al wel duidelijk.

Previous post

Van Vollenhoven spreekt steun uit voor Wereldomroep

Next post

Groningse coassistenten al veertig jaar aan de slag in Willemstad

Comité Koninkrijksrelaties

Comité Koninkrijksrelaties