Columns, toespraken & ingezonden stukken

Een gemiste kans?

De economie van Curaçao staat voor een moeilijke uitdaging. Over groei percentages kan verschillend gedacht worden, maar de verwachting dat wij een sterke economische impuls zouden krijgen van 10-10-10 is niet gerealiseerd. Velen dachten enthousiast dat met 10-10-10, gelijk op Aruba is geschied in 1986, wij een periode van hernieuwde bestuursdaadkracht tegemoet zouden gaan, bestuursdaadkracht die zou leiden tot sterke economische groei. Immers, op 10-10-10 werden we toch ‘verlost’ van die tweede bestuurslaag en die lastige kleinere eilanden die het besturen van ons land zo bemoeilijkten? Het lijkt helaas een gemiste kans te zijn geweest.

Die verwachte, gehoopte, economische impuls is niet gerealiseerd. Erger nog, we dwalen vandaag in nog grotere economische onzekerheid dan ooit sinds de jaren tachtig. Bijna alle bedrijfssectoren geven aan dat er minder bedrijfsactiviteit is dan een jaar of twee geleden. De afgelopen zes tot negen maanden is geen enkel belangrijk particulier project daadwerkelijk geïnitieerd, en nergens is er in de private sector significante nieuwe werkgelegenheid geschapen. Het moet anders, het kan anders.

Strategieën nodig
Het is gemakkelijk om het gebrek aan economische groei te wijten aan de in de afgelopen maanden verslechterende economie buiten onze grenzen. Maar die economie rondom ons is in het verleden vaak juist géén ‘benchmark’ geweest voor onze eigen economie. Onze voorouders hebben bewezen in tijden van internationale malaise met creatieve initiatieven te komen om onze economie te versterken en te diversifiëren. En daarnaast hebben wij steeds weten te profiteren van nieuwe ontwikkelingen, zodat het vaak met ons goed ging, al ging het elders minder goed.

Zo bleef tegen het einde van de zeventiende eeuw de haven van Curaçao voor de gehele wereld open, in tegenstelling tot andere koloniën die alleen met hun moederland handel mochten drijven en onder een economische malaise gebukt gingen; dat leidde hier tot een bloeiende economie in de achttiende eeuw. Onze eerste stappen in de offshore wereld werden net voor de Tweede Wereldoorlog genomen om domicilie-verhuizing naar onze eilanden mogelijk te maken; terwijl de wereld aan de rand van een afgrond stond, is uit dat initiatief de internationale financiële sector tot bloei gekomen. De handel in olieproducten leidde, tegen de economische gevolgen in van de oliecrisis aan het begin van de jaren zeventig, tot de stichting van de COT op Curaçao en de Bopec op Bonaire. Op toeristisch gebied was Curaçao één van de allereerste Caribische eilanden die wist te profiteren van het cruise- en verblijftoerisme. En recenter hebben innovatieve ondernemers gedurende twee decennia honderden arbeidsplaatsen weten te scheppen toen het internet nog in babyschoentjes stond.

Belangrijke economische impulsen werden hier in het verleden gekarakteriseerd door onder andere een hechte samenwerking en wederzijds vertrouwen tussen overheid en ondernemers, een strategische visie en durf om iets nieuws te beginnen. En door te kiezen om te bouwen op aspecten waarvan de geschiedenis heeft bewezen dat die onze sterkste kanten zijn.
Voor een duurzame en langdurige economische ontwikkeling, die de basis moet zijn voor een gezonder leefklimaat, meer werkgelegenheid en meer voorspoed voor de gehele bevolking, is daarom meer nodig dan goede intenties, netwerken, economische missies en reisjes. Daar is een strategische visie – een uitgesproken strategie – voor nodig die ook ondernemers, zij die uiteindelijk de investeringen moeten doen, aanspreekt. Daarvoor is ook vertrouwen nodig dat de uitvoering van bestaande regelgeving wordt verbeterd en dat waar nodig regelgeving wordt aangevuld of juist vermeden. Daar is vooral ook veel hard werk voor nodig.

En doorzettingsvermogen. Strategieën worden niet van de ene dag op de andere gerealiseerd. Soms vergt het maanden en jaren om tot een doorbraak te komen. Belangrijke economische initiatieven zijn vaak niet een zaak van één kabinet of één verkiezingsperiode. Wie beoogt om alléén korte termijn succesjes te behalen, zal er niet in slagen om deugdelijke, langdurige en duurzame economische vooruitgang te boeken.

Een link tussen continenten
Curaçao’s grootste economische successen werden door de eeuwen heen bereikt door internationaal gericht en –concurrerend te zijn, en ons grootste potentieel ligt dan ook in de herontwikkeling van onze rol als een schakel naar de rest van de wereld.
Het Nederlandse kabinet denkt er ook zo over. Minister J.P.H. Donner zegt in zijn notitie ‘De Toekomst van het Koninkrijk’: “Een interessante gedachte in dit kader is de mogelijkheid om de landen in de Caribische regio te ontwikkelen tot schakel of springplank voor Nederlandse en Europese bedrijven die actief willen worden in Midden- of Zuid-Amerika.” Als het Nederlandse kabinet er zo over denkt, mogen wij als Koninkrijkspartner ook verwachten dat zij Curaçao desgevraagd zal bijstaan in het verder ontwikkelen van die “interessante gedachte”.

Nu is dat natuurlijk niet nieuw. Al decennia lang promoveren de Kamer van Koophandel, Economische Zaken, Curaçao Incorporated, Curinde, FIAC, CPA, en andere private, overheids- en semi-overheidsorganen deze mogelijke rol als een link naar de rest van de wereld. Het huidige World (of International) Trade Center is er zelfs speciaal voor gebouwd voordat de Zuid-Amerikaanse markten in de jaren tachtig in elkaar stortten. Het lukt niet altijd maar het komt telkens terug, niet alleen omdat het een logische keuze is voor de economische ontwikkeling van ons land, maar ook omdat het door de eeuwen heen is bewezen succesvol te zijn mits we ook internationaal concurrerend zijn.

Minister van Economische Zaken Nasser El Hakim heeft het daarom bij het juiste eind als hij het heeft over een logistieke hub tussen landen in het Midden Oosten en Latijns Amerika. Het moet echter niet blijven bij kreten en ontmoetingen met hoogwaardigheidbekleders. Het moet ook met cijfers bewezen worden dat deze hub voor particuliere exporteurs en importeurs in het Midden Oosten een commercieel attractieve is. Anders blijft het bij één van de zoveel goede intenties en beloftes, zoals die goedkopere avocado, de toegezegde verlaging van de kosten van levensonderhoud, en de fruit- en groenten airlift uit Brazilië, Colombia en de Dominicaanse Republiek.

Onze zee- en luchthavens zijn belangrijk voor goederentransport en -overslag in een dergelijke hub, maar we moeten voor een brugfunctie naar de rest van de wereld verder kijken dan naar goederenstromen. Curaçao zou een interessante rol kunnen spelen als schakel of springplank in de hi-tech dienstverlening, en dan niet beperkt tot de huidige internationale financiële dienstverlening. Projecten als de Caribbean Internet Exchange (CAR-IX), Curaçao Technology Exchange (CTEX) en Dutch Caribbean Securities Exchange (DCSX) zijn daar voorbeelden van. Het ontwikkelen van Curaçao als hi-tech schakel of springplank voor Noord-Amerikanen en Europese bedrijven die actief willen zijn in Midden- of Zuid-Amerika vergt een strategische en integrale aanpak die gepaard moet gaan met het van overheidswege scheppen van voorwaarden om dit te realiseren.

Een nieuw elan
In het begin van de eenentwintigste eeuw speelde de gedachte van een economisch partnership tussen de Nederlandse Antillen en Nederland. Het beoogde partnership zou een platform moeten bieden voor het aanjagen van structurele public-private en met name private-private economische samenwerkingsverbanden tussen Nederland en de Antillen. Dat is toen niet gelukt mede omdat we hier niet een integraal en dynamische public-private initiatief hebben kunnen vormen. Daaromheen speelde ook de staatkundige ontwikkelingen, waardoor serieuze aandacht aan de economie ontbrak. We zouden gek zijn als wij gezamenlijke initiatieven tussen het Nederlandse en het Curaçaose bedrijfsleven niet met open armen verwelkomen.
Ook zonder een ‘officiële aanpak’ gebeurt er op dit terrein telkens meer. CAR-IX, het Caribbean Internet Exchange ontwikkelt zich hier met steun van AMS-IX, de Internet Exchange in Amsterdam. Het geweldige succes van de North Sea Jazz Festival is mede te danken aan de Nederlandse professionele organisatoren van dat soort massa-evenementen. Amstel Bright is op Curaçao bedacht en ontwikkeld, en wordt nu in Nederland gebrouwd voor Caribische markten. Ook andere lokale bedrijven doen vanuit Curaçao zaken in Nederland, en nemen ondernemingsvormen en -praktijken over naar Europa, die in ons deel van de wereld zijn ontwikkeld. Daarom zou dat partnership met nieuw elan zich niet alleen dienen te richten op nieuwe bedrijvigheid van Nederlandse bedrijven op Curaçao maar evenzeer van Curaçaose bedrijven in Nederland.

Uiteraard zullen er sceptici zijn die geen enkele bemoeienis willen zien met iets dat Nederlands is. Dat lijkt mij echter een mening die eerder gebaseerd is op gebrek aan zelfvertrouwen en onvolwassenheid dan op een streven om langdurige en duurzame ontwikkeling en voorspoed te scheppen.

Vertrouwen
Langdurige en duurzame ontwikkeling, daar gaat het om. De overheid alleen kan daar niet voor zorgen. Dat kunnen overheidsbedrijven (alleen) ook niet. Langdurige en duurzame ontwikkeling komt van investeringen en werkgelegenheid en de sociale verantwoordelijkheid van particuliere ondernemingen. De taak van de overheid is om daarvoor de juiste randvoorwaarden te scheppen. Die randvoorwaarden hebben te maken met politieke stabiliteit, met de kosten van levensonderhoud, met de infrastructuur en het vergunningstelsel, met belastingen en sociale verplichtingen, en met gerichte ‘incentives’.

Bovenal hebben die randvoorwaarden te maken met vertrouwen, vertrouwen in en van de regering. Want niet alleen moeten ondernemers vertrouwen hebben in onze regering, ook de regering moet vertrouwen hebben in onze ondernemers, zowel lokale als buitenlandse. En bij beiden, zowel het vertrouwen in en het vertrouwen van de regering, schort er zeer veel in het Curaçao van 2011.

Vertrouwen winnen of herwinnen is niet gemakkelijk, en vergt in het bijzonder een combinatie van concrete maatregelen en communicatie. Concrete maatregelen om de private investeerder, die niet voor vier jaar maar voor tien, vijftien, twintig jaar investeert, te overtuigen dat zijn investering ook voor de lange duur voldoende renderend zal kunnen zijn omdat het overheidsbeleid daarop is gericht. Concrete maatregelen om de basis te scheppen voor het vertrouwen dat regelgeving wordt verbeterd of juist vermeden. Concrete maatregelen om vorm te geven aan een economisch beleid, dat thans nog overkomt als rommelig, ongecoördineerd, ad-hoc, en gebaseerd op willekeurige (of partijpolitieke?) voorkeur.

Maar ook daadwerkelijke en open communicatie is noodzakelijk tussen regering en ondernemers, en daar ontbreekt eveneens aan. President Obama van de Verenigde Staten heeft onlangs de CEO van General Electric, Jeffrey Immelt, aangesteld als kopstuk van zijn panel van economische adviseurs in een poging om het hoofd te bieden aan een gebrek aan vertrouwen tussen zijn regering en het Amerikaanse bedrijfsleven. Een dergelijk initiatief – mits ook eerlijk en open – tussen onze regering en ondernemers zou een belangrijke eerste stap kunnen zijn om dat vertrouwen te winnen of te herwinnen, een wederzijds vertrouwen dat er nu gewoonweg niet is. En om het negatieve imago dat onze regering heeft bij veel binnenlandse en buitenlandse ondernemers en investeerders te beginnen te corrigeren.

Het moet, en het kan. Niet om politiek gewin, maar om meer werkgelegenheid, meer voorspoed, een beter inkomen, een beter leefklimaat, beter onderwijs, en betere sociale voorzieningen te scheppen voor het volk van ons land. Het moet, en het kan.

Ron Gomes Casseres
augustus 2011

Previous post

Onderwijsuitwisseling: respect begint met contact

Next post

'200 jaar Koninkrijk der Nederlanden': vrijheid?

Comité Koninkrijksrelaties

Comité Koninkrijksrelaties