Cultuur

Dubbelspel volgende week in première in Rotterdam

‘Als Afro-Amerikaanse filmmaker krijg je niet vaak de kans om een origineel verhaal te verfilmen”, vertelt regisseur Ernest Dickerson (65). Hij regisseerde afleveringen van tv-series als The Wire en The Walking Dead, maar is vooral bekend als de cameraman van Spike Lee in films zoals Do The Right Thing (1989) en Malcolm X (1992). Studio’s spelen graag op veilig, legt Dickerson uit via de telefoon. Filmmakers zoals hij worden vooral gevraagd variaties op bekende succesverhalen te maken.

Volgende week komt Dickerson naar Rotterdam voor de première van het door hem geregisseerde Double Play, gebaseerd op de Nederlands-Antilliaanse klassieker Dubbelspel van Frank Martinus Arion (1936-2015).

Arions debuut uit 1973 was de eerste roman waarin uitsluitend zwarte Antilliaanse personages voorkomen. In Nederland werd de roman meteen erkend als meesterwerk. Op de Antillen zelf duurde dat langer, vertelt Neerlandicus Jos de Roo. „Aanvankelijk stoorden Antillianen zich aan de in hun ogen te negatieve afschildering van de personages.” Inmiddels wordt de roman ook op de Antillen gezien als een meesterwerk, helemaal nadat in 2006 in Nederland 725.000 exemplaren gratis waren uitgedeeld tijdens de Nederland Leest Campagne.

Domino spelen om damesschoenen

Afbeeldingsresultaat voor dubbelspel frank martinus arionIn het Nederlands maar met flarden Papiamentu, zijn moedertaal, beschrijft Arion hoe de spanningen tijdens het wekelijkse dominospel van vier Curaçaoënaars steeds hoger oplopen. De vier discussiëren fel over overspel, economie en politiek, maar niemand laat echt de achterkant van zijn tong zien.

De vier spelers zijn taxichauffeur Boeboe Fiel, een levensgenieter met een gat in zijn hand die tegen wil en dank vakbondsleider dreigt te worden; gerechtsdeurwaarder Manchi Sanantionio, die onhandig de levensstijl van de Nederlandse ex-kolonisators waar mogelijk imiteert; huisjesmelker Chamon Nicholas die zich vooral afzijdig houdt; Janchi Pau, ten slotte, die in de film Ernesto heet, is een handige ex-zeeman die steeds meer naar het socialisme neigt.

Het dubbelspel uit de titel vindt niet alleen op de dominotafel plaats, twee van de vier mannen hebben een affaire met de vrouw van de andere twee. Terwijl de mannen spelen en rum drinken, scharrelen vrouwen onder meer een inkomen voor hun gezin bij elkaar. Ze hebben hun echtgenoten steeds minder nodig.

De film Double Play begint niet in de jaren zeventig, maar op hedendaags Curaçao. Osterik, de zoon van Boeboe, keert na jaren terug naar zijn geboorte-eiland. Al na anderhalve minuut zoomt Dickerson in op Osteriks schoenen: deftige herenschoenen. Dat is niet zonder reden. Tijdens het dominospel spelen de mannen om vrouwenschoenen. Dat is een vernederende traditie die stamt uit het slavernijverleden van het eiland: wie rijk en machtig is kan schoenen schenken aan armlastige eilandbewoners; een statussymbool. Waarom voert Dickerson dit nieuwe personage op? „In de VS kennen weinig mensen Curaçao. Een hedendaags personage als Osterik helpt om het eiland te introduceren.”

Engels met Curaçaose trekjes

In de roman staan de vier spelers – niet al te expliciet – voor een bepaalde klasse op het eiland. Arion zet zijn mannelijke personages ook weinig flatterend neer. Veel doen ze niet om de situaties waarover ze klagen te verbeteren. Dickerson noemt de figuren in Dubbelspel vooral herkenbaar, nog steeds. „Iedereen kent wel iemand zoals Boeboe, die onmogelijk met geld kan omgaan. Ook de klassenconflicten in het boek zijn nog steeds herkenbaar, ze komen in iedere postkoloniale samenleving voor.”

Alexander Karim (Zero Dark Thirty) speelt Boeboe. In de film is hij meer een charmeur dan iemand die zijn talrijke kinderen – binnen en buiten zijn huwelijk – niet kan voeden zoals bij Arion. Dickerson: „Er moet een reden zijn waarom al die vrouwen in het verhaal op hem vallen. En hij moet interessant genoeg blijven om twee uur mee door te brengen. Ik heb geprobeerd om hem empathie te laten opwekken, ondanks zijn zwakheden.”

Frank Martinus Arion

Dat de roman nu pas wordt verfilmd, was een keuze van Arion zelf. De schrijver streed zijn hele leven voor het Papiamentu – hij richtte onder meer de eerste volledig Papiamentstalige school op Curaçao op. Toch wilde hij dat in een verfilming van zijn debuut Engels zou worden gesproken, zodat die internationaal succes zou kunnen hebben. De producenten Lisa Cortés (Precious) en Gregory Elias waren de drijvende kracht die de internationale crew en cast bij elkaar kregen. Elias is de man die met zijn Fundashon Bon Intenshon ook de man is achter het Curaçao North Sea Jazz-festival. De personages spreken nu Engels dat met een dialectcoach Curaçaose trekjes kreeg.

Dickerson denkt dat het een voordeel kan zijn dat hij als Amerikaan dit verhaal verfilmt. „Ik ken het eiland goed, ik kom er al sinds 1985 en heb er al twee films opgenomen. Maar ik merk als buitenstaander ook dingen op die anderen voor lief nemen.”

De regisseur wilde Curaçao zelf een personage laten zijn, via de opmerkelijke afwisselingen in het landschap, maar vooral via de architectuur en veelkleurigheid van het eiland. Dickerson: „Ik maak geen documentaires. Ik gebruik kleuren expressionistisch, niet realistisch, om de emotionele toestand van de personages uit te drukken en het verhaal structuur te geven.” Zo verschilt het kleurenpalet tussen de tijdsperioden.

In de film zien we de moeder van Osterik worstelen om een nieuw paar schoenen voor haar zoon te kunnen kopen. De schrijnende armoede uit de roman wilde hij absoluut niet verbloemen, vertelt Dickerson. „De toeristische kant van Curaçao komt slechts eenmaal in beeld, als de hotels bussen inzetten en zo de klanten van de taxichauffeurs stelen. Verder komt alleen het werkende deel van de bevolking in beeld.”

Toch brengt hij Curaçao aanlokkelijk en verleidelijk in beeld. Dickerson: „Het vernederende gevoel van leven in armoede zie je niet echt terug in de film. Als mensen echt arm zijn, hebben ze vaak ook niet de kans om na te denken over hoe vernederend dat is. Ze bekijken hun leven van dag tot dag: hoe hou ik mijn huishouden draaiende, hoe ga ik mijn kind voeden?”

NRC / 17 januari 2017 / Sabeth Snijders

Vorige bericht

Op hoog bezoek!

Volgende bericht

Voorstel geschillenregeling naar Raad van State

Comité Koninkrijksrelaties

Comité Koninkrijksrelaties

Geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

4 + 10 =