Columns, toespraken & ingezonden stukken

‘Doe iedereen daar de groeten van me’ – Mineke de Vries

Vorige week overleed Jo de Laater in Nederland, een echte ‘Yu di Korsou’ met Nederlandse voorouders. Mineke de Vries schreef onlangs onderstaand en ontroerend portret. Curaçao bleef ook na al die jaren nog steeds het thuis van mevrouw De Laater.

Ooit ging ze zelf op stap om het nieuws te verslaan, maakte verhalen en vulde rubrieken voor de krant. Jo de Laater (1933) werkte in de jaren ’50 en ’60 voor de Beurs- en Nieuwsberichten, in die tijd de collega-krant van de Amigoe. Nu, te midden van haar geliefde schilderijen van Curaçao woont ze op een kamer in een zorgcentrum voor dementerende ouderen in Renswoude. Haar geheugen kan haar behoorlijk in de steek laten, maar herinneringen aan Curaçao zijn er genoeg. Als ze bladert in de fotoboeken van weleer, verschijnt er een lach maar tegelijkertijd ook een traan.

Nadat ze moeilijk is opgestaan uit de kring waar gezamenlijk wordt koffiegedronken loopt ze naar haar eigen kamer om in rust te kunnen praten over datgene wat haar zo dierbaar is: haar herinneringen aan Curaçao. Rondom haar bed hangen drie Curaçaose taferelen. “Dat is het eerste waar ik naar kijk als ik wakker word,” zegt Jo de Laater. Boven haar bed hangt een groot schilderij van de Tafelberg. “De bootjes die je erop ziet, zijn van de mensen van de Shell die daar gingen zeilen.” Rechts hangt een impressie van het oude Punda, uit de tijd dat de Emmabrug nog voor auto’s toegankelijk was. En tegenover haar bed een schilderij van een baai tussen de rotsen waar vissers hebben aangelegd. Verder herinnert een cactus in een te kleine pot aan haar jeugd. “De pot zal eerdaags wel knappen, maar met al die stekels durf ik hem niet te verpotten. Die cactus had ik voor mijn moeder, die erg van planten hield, als meisje in de tuin geplant en ik heb hem later mee naar Nederland genomen.”

Agent De Laater

03Jo de Laater – volgend jaar wordt zij tachtig – groeide op in Mundo Nobo, als dochter van politieagent De Laater. Haar vader kwam in 1931, geboren en getogen in Zeeland naar Curaçao, waar hij met de handschoen trouwde met Jo’s moeder, ook een Zeeuwse. Twee jaar later werd Jo geboren. “Ik kan niet vaak genoeg zeggen hoe trots ik op mijn ouders ben en hoeveel respect ik voor ze heb. Ze hebben zoveel voor de mensen op Curaçao gedaan. Het was in die tijd dat er meer en meer Curaçaose politieagenten moesten worden opgeleid. Mijn vader liet ze in zijn vrije tijd thuis komen om ze extra les te geven. Want de Nederlandse wetten waren al ingewikkeld genoeg, laat staan voor de mensen van Curaçao. Met eindeloos geduld hielp hij iedereen erdoorheen. ‘Jullie zullen allemaal slagen’, zei hij altijd. Als die jongens kwamen, ze zaten met zijn allen aan onze grote eettafel, moesten mijn zus en ik onze slaapkamer in. We waren natuurlijk wel eens rumoerig als we thuiskwamen van school, maar we moesten stil zijn als zij er waren, hen niet afleiden, niet rondlopen of ons laten zien. Mijn vader hielp ze met veel toewijding en de jongens liepen met hem weg.”

Mundo Nobo rond 1930

De huizen van alle politieagenten stonden in die tijd bij elkaar in het militaire woningcomplex Mundo Nobo. In 1927 werd een begin gemaakt met de voorbereidende werkzaamheden voor de bouw van de politiewoningen. Het ging om blokken van zes huizen naast elkaar; zo werden in de loop der jaren een aantal rijden achter elkaar gebouwd. Overigens woonden de ongehuwde militairen eerst in het Waterfort, de gehuwden in Mudo Nobo. De militairen waren belast met de politiedienst in het stadsdistrict. De ‘Commandant der troepen’ werd rond 1930 benoemd tot Commissaris van politie en de uit Nederland aangekomen politie-militairen werden als buitengewone agenten van politie aangesteld. Zoals in de oude stukken is te lezen: ‘Tot heden gaf naar ik vermeen hun optreden in het publiek slechts reden tot tevredenheid en is eene belangrijke verbetering in den politioneelen toestand in het stadsdistrict van Curaçao aanstonds ingetreden.’

De agenten fungeerden toentertijd ook als brandweermannen. Ze hadden zodoende een dubbele functie. Jo’s vader is in die hoedanigheid ingezet tijdens de branden in Otrobanda tijdens de opstand in 1969. Jo: “Mijn vader deed naast zijn gebruikelijke werk heel veel voor de politie, maar ook moeder was ook actief voor het korps door veel te organiseren, onder andere de beroemde sinterklaasfeesten.”

Beurs- en Nieuwsberichten

Jo de Laater ging naar de Wilhelminaschool, zowel de lagere school als later de mulo, waar overigens toen nog alleen meisjes op zaten.”Ik was goed met de Curaçaose meisjes, we hadden een hele leuke band onderling.” Daarna volgde ze een aantal aanvullende cursussen en begon bij de krant, de Beurs- en Nieuwsberichten. “Het draait toch vaak om connecties, ik had die veel en kon er zodoende gemakkelijk aan de slag.” De Beurs- en Nieuwsberichten was in die jaren de algemene krant, de Amigoe di Curaçao was katholiek georiënteerd, in 1883 opgericht door de paters Dominicanen. De Amigoe had naast het brengen van wereldnieuws en vaderlandse geschiedenis tot doel een katholieke levensvisie over te brengen, door aandacht te schenken aan politieke en maatschappelijke ontwikkelingen. Tot aan de Tweede Wereldoorlog werd aan deze gedachte door paters en beroepsjournalisten invulling gegeven. Naast de Amigoe werd in 1935 de tweede Nederlandstalige krant opgericht, de Beurs- en Nieuwsberichten; een publicatie van Shell, die de industriële revolutie op Curaçao op gang had gebracht. Door het uitkopen van een lokale krantenuitgever kreeg de krant een monopoliepositie op de enige lokale bron van internationaal nieuws, maar bracht daarnaast ook lokaal nieuws. Jaren bleef de krant in handen van Shell, met Johan van de Walle als eerste hoofdredacteur. Maar nadat de Nederlandse hoofdredacteur A. de Wit om politieke redenen werd uitgezet, vielen de krantenaandelen in handen van politici van de Democratische Partij, totdat hij in 1999 werd opgeheven.

Op de redactie

Jo verzorgde de algemene verslaglegging en was zodoende veel op pad om nieuws te vergaren en te schrijven, alles op de typemachine. “Naast het algemene nieuws was ik bijvoorbeeld ook bij mensen op bezoek die vijftig jaar getrouwd waren.” Later had Jo haar eigen kinderrubriek, dit onder meer om kinderen te stimuleren om in het Nederlands te schrijven. In de jaren ’40 en ’50 was het streng verboden om Papiaments te spreken in de klas, Nederlands oefenen was dus erg belangrijk. “Wij kregen op school echt straf als we Papiaments spraken.”.Op de redactie had Jo een gouden tijd. “Het was een leuke club bij elkaar. Ik trok veel op met Suus Venema, die ook op de redactie werkte.” Met plezier vertelt Jo van de grappen die ze op de redactie uithaalden. “We hadden eens een zekere koning Faroek bedacht die Curaçao zou bezoeken. Al dagen van te voren standen er stukken in de krant met foto’s van die verre koning en zijn koningin. Eindelijk kwam hij dan aan op Hato, een grote foto in de krant. Het artikel eindigde als volgt: ‘Was hier sprake van bedrog? Van oplichting? Wij hebben ‘Faroek’ die plotseling vloeiend Amsterdams wist te spreken om verantwoording gevraagd. “Nou ja, het was maar een grap,” zei hij, “het is toch immers één April.” ’

Padvinders en Soroptimisten

Als kind was Jo zeer actief als padvinder maar ook later in de leiding van de padvinderij. “Je moet je beseffen dat er weinig was aan activiteiten op het eiland in die tijd, dit was één van de weinige dingen die we konden doen. Zelfs fietsen deden we niet,  ook in Nederland heb ik dat trouwens nooit gedaan: ik was bang dat ik mijn nek zou breken. We gingen ook wel eens met kamp naar het buitenland, Trinidad, Guadeloupe, Martinique. Omdat er niet veel geld was, mocht of mijn zus Toos of ik mee. Mijn zus was niet zo van de kampen, dus mocht ik vaak mee.” Als leidster organiseerde ze zelf veel kampen, ook weer naar het buitenland: “Soms werden we met een marineschip gebracht.”

Naast de scouting was Jo de Laater lid van de Soroptimisten Club Curaçao, onderdeel van de Soroptimisten Clubs in Nederland, Suriname en de Antillen. Deze organisatie werd in 1947 opgericht voor vrouwen in leidinggevende posities of vrouwen in een zelfstandig beroep om aandacht te besteden aan de rechten van de mens en in het bijzonder aan de status van de vrouw. “We organiseerden veel projecten op sociaal gebied, deden aan fundraising voor bijvoorbeeld liefdadigheidsprojecten. Kortom, we deden veel goed werk.”

02Fotoboeken vol

Al bladerend in de fotoboeken komen allerlei herinneringen boven. Veel foto’s van Curaçao, het huis, de zoons Henk en Nico, maar ook de overtochten naar Nederland tijdens het (vierjaarlijkse) verlof van haar vader. “We gingen toen op de boot, zes weken lang. Het was altijd bijzonder, het weerzien met al die familie daar, mijn ouders kwamen beiden uit grote gezinnen.” Er staan veel familieportretten in de fotoboeken. “Dat zijn allemaal foto’s die naar Nederland werden gestuurd, want ze wisten natuurlijk helemaal niet hoe wij kinderen eruit zagen.” Ook komen foto’s boven tafel van het bezoek van Lady Baden Powell en een bezoek van Prins Bernard aan Curaçao. Hij werd ontvangen op Vaarsenbaai, wat toentertijd de baai was voor de politiemensen. Maar ook foto’s van de redactie uit de tijd van de Beurs- en Nieuwsberichten passeren de revue: met de typische jaren ‘60 jurken en kapsels zit de redactie achter de typemachines.

Toen vader gepensioneerd was, gingen haar ouders terug naar Nederland. Ook Jo ging in de jaren zeventig vanwege de werkzaamheden van haar toenmalige man naar Nederland en vestigde zich in Bennekom, vanwaar ze ging werken bij het tijdschrift Prinses en daarna bij de Rijnpost, een krant voor de regio Veenendaal/ Rhenen. Hier werkte ze tot haar pensioen in 1993.

“Curaçao is mijn land”

In haar kamer in Renswoude, tussen haar geliefde schilderijen, laat Jo de groep waarmee ze woont en die inmiddels gaat lunchen voor wat het is. Ze staart naar een schilderij en is voor even weer in de tropen. “Curaçao is mijn land”, verzucht ze en haar ogen staan vol met tranen. “Ik ben zó blij dat ik in dat land geboren ben”, zegt ze telkens weer. “Ik kan niet veel meer, ik kan bijna niet keer lopen, de wereld is klein geworden. Ik sta op om naar de paarden te kijken die ’s morgens in de wei hiertegenover worden losgelaten en die dan zo vrolijk rennen. Mensen hier vinden het gek dat ik daar voor opsta, maar ik word er blij van. En verder geniet ik van mijn herinneringen.”  Bij de deur zegt ze tot slot ontroerd: “Doe iedereen daar de groeten van me.” Ze is vol met dankbaarheid dat ze over Curaçao mocht praten, want met een snik in haar stem voegt ze eraan toe: “Dank u wel. U hebt geen idee wat een gelukkige dag dit voor me is.”

Tekst en foto’s: Mineke de Vries

Previous post

Grootkruis Sint-Silvester voor Gerard van den Tweel

Next post

Ziet er niet uit en stinkt: Sargassum wier

Comité Koninkrijksrelaties

Comité Koninkrijksrelaties

No Comment

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

achttien − zes =

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.