Economie en werk

Blijven of teruggaan?

Veel Caribische Nederlanders die in Europa of Noord-Amerika studeren worstelen met de vraag of zij na hun studie moeten terugkeren naar hun geboorteplaats. Op de eilanden wordt vaak gesproken van een ‘brain drain’ als het jonge talent ervoor kiest om elders te blijven wonen en werken. Het is een complex vraagstuk, ook omdat de potentiele terugkeerders op het eiland niet altijd even welkom zijn.

Afbeeldingsresultaat voor migrationIn opdracht van de Nederlandse regering (BZK) deed bureau PBLQ onderzoek.  Het is een boeiend rapport; lees de hoofdlijnen hier: We are deeply rooted.

Men concludeert dat er behoefte is aan gestructureerde activiteiten ter bevordering van het invullen van vacatures voor hoger opgeleiden met getalenteerde, in (Europees) Nederland studerende eilandskinderen die willen terugkeren. Bij hoog opgeleid denkt men aan HBO- en academisch geschoolden. Men ziet dit als een manier om het openbaar bestuur en organisaties te versterken.

Diverse gesprekspartners van de onderzoekers menen zelfs dat dit verder gaat dan het invullen van banen en versterken van organisaties: “Het zal de samenleving verder brengen. Deze mensen zullen in hun activiteiten naast hun werk, op verjaardagsfeestjes en in gesprekken met vrienden, zaken als maatschappelijke betrokkenheid en integriteit aan de orde stellen en helpen te verbeteren”.

Dit komt overeen met de bevindingen uit de enquête waarbij de studenten als een belangrijke reden voor terugkeer aangeven, naast familie en klimaat, dat zij willen bijdragen aan de ontwikkeling van het geboorte (ei)land. Hun betrokkenheid is groot. Zoals een van de studenten tijdens een focusgroep zei: “We are deeply rooted”.

Hoewel de behoefte om terug te keren groot is, is terugkeren slechts voor een enkeling een zekerheid. Een groot deel van de ondervraagden maakt zich zorgen over obstakels die terugkeren moeilijk maken. De potentiële trainees noemen carrièremogelijkheden, inkomen, werksituatie en wonen als belangrijkste zaken die de plek waar ze willen wonen bepalen. Deze komen echter ook als grootste obstakels naar voren: ik moet een studieschuld terugbetalen (en op de eilanden verdien ik minder), het is moeilijk om werk op mijn niveau te vinden, het inkomen is te laag en het is moeilijk om een woning te vinden.

Caribisch Netwerk meldt naar aanleiding van de studie in dit artikel dat Curaçaoënaars die in Nederland hebben gestudeerd op het eiland vaak ‘makamba pretu’ worden genoemd, ofwel donkere Hollander. Tijdens hun verblijf in Nederland wordt een jongere in meer of mindere mate een ‘verkaasde’ Antilliaan en dat wekt terug thuis dan weer spanningen op, met name op het werk.

 

Vorige bericht

Maduro-jaar feestelijk afgesloten

Volgende bericht

Izaline op vrijdag: dushi yu!!

Comité Koninkrijksrelaties

Comité Koninkrijksrelaties

Geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

twaalf − een =