Columns, toespraken & ingezonden stukken

Antillen op eigen benen, dat is echt teveel gevraagd – Gert Oostindie

De Antillen zijn een Haags ‘hoofdpijndossier’: bestuurlijke problemen, financiële risico’s, armoede, culturele botsingen, migratie. Politici in Den Haag weten drommels goed dat er geen gemakkelijke oplossingen zijn, dat beleid alleen kans van slagen heeft als er wordt samengewerkt met bestuurders overzee, en dat er altijd geld bij moet. Dat is electoraal geen gemakkelijk verhaal.

De meeste Nederlanders zouden het prima vinden als de banden werden doorgesneden. De realiteit is echter dat de Antilliaanse bevolking, op alle zes eilanden, de band met Nederland op goede gronden als cruciaal beschouwt, en dat Den Haag geen staatkundige of volkenrechtelijke middelen heeft om eenzijdig met de Antillen te breken.

Stoere uitspraken van parlementariërs over een afscheid zijn kansloze luchtballonnen, slechts opgelaten om eigen achterbannen naar de mond te praten. Wat hebben we eigenlijk aan die eilanden?

De Nederlanders die de eilanden vier eeuwen geleden aandeden, hadden daar wel een antwoord op: economisch gewin, geopolitieke macht. De Antillen zijn een onvoorziene, maar blijvende erfenis van het kolonialisme.

Vragen wat ‘wij’ eraan hebben, heeft zodoende iets pervers. Ze horen er gewoon bij, net als de Waddeneilanden of delen van Limburg die pas lang na de Antillen onder Nederlands gezag kwamen.

In parlementaire overleggen gaat het telkens over integriteitsproblemen, begrotingsproblemen, of omstreden ingrepen in het overzeese bestuur. De relaties zijn verzuurd, er wordt geklaagd over ‘rekolonisatie’.

En dan zijn er nog Bonaire, Sint Eustatius en Saba, sinds 10 oktober 2010 overzeese gemeentes. We worden onder de voet gelopen, klinkt het daar. Deze hete hangijzers duiken regelmatig op in het politieke debat, maar over dieperliggende problemen wordt nauwelijks nagedacht. Sommige daarvan vloeien voort uit de kleinschaligheid van de eilanden.

Antilliaanse bestuurders doen er goed aan te bedenken dat intensieve samenwerking met Nederland broodnodige schaalvergroting en daarmee professionalisering kan bieden. Andere problemen ontstijgen het niveau van het alledaagse bestuur en worden mede daarom te weinig besproken, hoewel zij van fundamenteel belang zijn voor de verdere toekomst van de Caribische eilanden, maar indirect ook van Nederland, omdat ieder probleem op de eilanden uiteindelijk ook terugslaat op de kolonisator van weleer. Ik noem er vier.

Allereerst de ecologische fragiliteit van de eilanden. Dat is deels een kwestie van pech – mondiale stijging van de waterspiegel – maar ook een gevolg van decennialange wildgroei van de toerismesector. Nederland stond erbij, keek ernaar, en applaudisseerde omdat het economische groei opleverde. Kritische vragen werden niet gesteld.

Dan de economische kwetsbaarheid, onvermijdelijk gezien de kleine schaal. Het realiteitsgehalte van het oude Haagse mantra dat de eilanden op hun eigen benen moeten leren staan is laag. Dat geldt niet alleen voor de overzeese gemeentes, maar ook voor de autonome landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Alleen al de aanstaande toeristische boom van het postcommunistisch Cuba is een acute bedreiging, nog afgezien van het feit dat één terroristische aanval op een Arubaans hotel of een cruiseschip bij Sint Maarten jarenlang zou nadreunen.

Ook migratie is een volkomen onderschatte kwestie. In Nederland wordt geklaagd over de Curaçaose ‘exodus ’ naar Nederland. Maar inmiddels voltrok zich op alle eilanden een veel ingrijpender proces. Aangetrokken door de werkgelegenheid in het toerisme en de stabiliteit onder Nederlandse vlag, vestigden zich de afgelopen decennia vele tienduizenden migranten uit de regio en ook uit Nederland op de eilanden; inmiddels maken eerste-generatie immigranten een kwart tot tweederde van de eilandelijke bevolkingen uit. Zij zijn onmisbaar voor de economie, maar brengen ook problemen mee, variërend van kwesties rond naturalisatie, verdringing van lokale arbeid en taalproblemen in het onderwijs, tot hoge huizenprijzen door de komst van bemiddelde Nederlanders. De Antilliaanse bevolking is pluriformer dan ooit, met alle uitdagingen van dien; daarvan lijkt geen Nederlandse parlementariër zich bewust.

statuutmonumentTenslotte het onderwijs, dat op alle eilanden ver beneden het Nederlandse niveau ligt – gevolg van decennialange verwaarlozing, gecompliceerd door de voertaalproblematiek op de Papiamentstalige Benedenwinden en Engelstalige Bovenwinden. Dat betekent niet alleen een matig opgeleide bevolking op de eilanden, maar ook een integratieprobleem in Nederland: kansarm op de Antillen is kansloos in Nederland.

Gelukkig bekommert Den Haag zich sinds 10/10/10 weer om verbetering van het onderwijs in de drie overzeese gemeentes, maar systematische ondersteuning van het onderwijs op Aruba, Curaçao en Sint Maarten blijft achterwege. Ook hier geldt: hoogste tijd voor echt beleid. Van het wegkijken plukken wij te lang al de wrange vruchten, aan beide kanten van de Atlantische oceaan.

Het Koninkrijk blijft trans-Atlantisch en de Antillen hebben recht op een Nederlandse visie die verder gaat dan de problemen van vandaag, hoe serieus die ook zijn.

Prof. dr. Gert Oostindie, directeur Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) en hoogleraar geschiedenis in Leiden (in NRC, 26 juni 2015).
Vorige bericht

Filmworkshops voor Arubaanse scholieren

Volgende bericht

Alba bedankt!

Comité Koninkrijksrelaties

Comité Koninkrijksrelaties

5 Reacties

  1. Klaas
    1 juli 2015 om 02:12 — Beantwoorden

    Ik vind de rol van de eilanden in dit artikel te klein gemaakt. Vanuit de eilanden is er nauwelijks enige drive om dingen te verbeteren of zelf aan te pakken. Men neemt het zoals het komt, kan nauwelijks iets vooruit plannen. Ik vind het goed dat Nederland afstand neemt en de eilanden stimuleert om zelf actiever voor haar eigen bewoners te zorgen.

    • Suzie
      5 juli 2015 om 19:15 — Beantwoorden

      Dan ken je de situatie op Aruba niet. Drive genoeg.

  2. Kwins
    2 juli 2015 om 03:33 — Beantwoorden

    Nou niet veel mensen weten hoe en wat van Antillen want als Antillen weg ga van Nederland, krijg Nederland geen Europese toeslag van de Koloniën.

  3. Suzie
    5 juli 2015 om 19:13 — Beantwoorden

    Waar is toendertijd al het goud van Aruba naar toe gegaan? Toen was Aruba wel waardevol voor Nederland. Wij zijn een last voor Nederland en Griekenland dan? Bomenloze put! En je eigen Nederlandse volk laten creperen. Foei!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

14 + twaalf =