In de aanloop naar de viering van de vijftigste verjaardag van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden in 2004 is door een aantal burgers uit Nederland, de toenmalige Nederlandse Antillen en Aruba het Comité 2004 opgericht. Dat Comité – onder voorzitterschap van prof. mr. Pieter van Vollenhoven en de voormalig Gouverneur van de Nederlandse Antillen, prof. mr. Jaime Saleh – concludeerde eind 2004 in de aan de Rijksministerraad aangeboden notitie ‘Investeren in gezamenlijkheid’ dat het Koninkrijk duidelijk behoefte heeft aan een nieuw maatschappelijk elan.

Het was de hoogste tijd om de politieke en staatkundige keuze voor elkaar concreet inhoud te gaan geven en niet opnieuw op zijn beloop te laten. Het was daartoe vooral nodig te werken aan een Koninkrijk met een positieve uitstraling, waarin burgers en hun maatschappelijke organisaties centraal staan.

Prof. mr. Pieter van Vollenhoven en prof. mr. Jaime Saleh ontmoeten elkaar in Utrecht

 In 2008 heeft prof. mr. Pieter van Vollenhoven met een aantal medestanders uit alle delen van het Koninkrijk het Comité Koninkrijksrelaties opgericht.

Dit Comité wil aan de totstandkoming van dat nieuwe elan bijdragen. De notitie ‘De wil elkander bij te staan’ uit april 2009 geeft een overzicht van de bestaande maatschappelijke samenwerking en noemt enkele succesfactoren die aan die samenwerking ten grondslag liggen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ondertekening van de statuten van stichting Comité Koninkrijksrelaties met notaris mevrouw mr. Corine de Gier op Paleis Noordeinde.

Naar de mening van het Comité Koninkrijksrelaties dienen daadwerkelijk alle zeilen te worden bijgezet om via meerjarige samenwerkingsverbanden te bewerkstelligen dat binnen het Koninkrijk in gezamenlijkheid en verbondenheid zal worden geïnvesteerd. Hiervoor dienen enerzijds op de eilanden organisaties en initiatieven te worden geselecteerd die zich lenen voor samenwerking tussen de eilanden onderling en/of met Nederland. Anderzijds moeten de juiste partners daarbij worden gevonden die bereid zijn om in deze samenwerking te investeren. En ook moeten mensen en instellingen die – vaak in stilte en gedurende vele jaren – op dit moment al koninkrijksbreed maatschappelijk actief zijn meer publieke waardering krijgen dan in de regel het geval is.

Vanzelfsprekend moet het Comité een goed inzicht hebben in bestaande samenwerkingsactiviteiten (tussen de eilanden onderling en/of met Nederland). Het Comité dient op de hoogte te zijn van het verloop daarvan (waarom loopt iets goed of slecht; wat kunnen we ervan leren?).

Het Comité kan vervolgens een goede selectie maken (prioriteitsstelling) van nieuwe activiteiten en instellingen die – in aansluiting op wat reeds bestaat en goed loopt – voor bemiddeling bij het tot stand komen van samenwerking in aanmerking komen.

Voor vrijwel alle onderwerpen kunnen samenwerkingsregelingen met een blijvend of tijdelijk karakter worden geschapen, maar de voorkeur gaat uit naar de onderwerpen die ook in het eindrapport van het Comité 2004, ‘Investeren in gezamenlijkheid’, als wezenlijk zijn benoemd: onderwijs en jeugd, volksgezondheid en milieu, cultuur, sport, veiligheid, goed openbaar bestuur en economie. Met name de onderwerpen onderwijs, jeugd, volksgezondheid, milieu, cultuur en sport lenen zich op korte termijn voor meer koninkrijksbrede activiteiten in en door de civil society, omdat daar zowel in Nederland als op de eilanden het middenveld traditioneel sterk vertegenwoordigd is.

Het 'Courthouse' op Sint Maarten

Het ‘Courthouse’ op Sint Maarten

Bij veiligheid moet worden gedacht aan veiligheid in brede zin: van criminaliteitspreventie tot verkeersveiligheid etc. Bij versterking van bestuur gaat het om versterking van de checks-and-balances (bijvoorbeeld door samenwerking tussen kranten en omroepen), maar ook om de versterking van de bestuurskracht van eilandelijke non-gouvernementele organisaties. En bij economische samenwerking kan het (ook) om publiek-private samenwerkingsvormen gaan.

Met een tweetal notities in 2014 en 2015 wil het Comité een verdere bijdrage leveren aan het publieke debat over de toekomst van de koninkrijksrelaties: ‘Het Koninkrijk vrijblijvend of verbonden’ uit april 2014 en ‘Een Koninkrijk met spelregels’ uit februari 2015 zijn een volgende stap in het denken over de wijze waarop het Koninkrijk nog minstens 200 jaar mee kan!

Voorzitter en secretaris op Curaçao.

Voorzitter en secretaris op Curaçao.

 

 

 


N.B. Door het Comité worden de begrippen maatschappelijk middenveld, maatschappelijke organisaties, particulier initiatief en civil society als synoniemen door elkaar gebruikt.

Geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

11 − zeven =